Trek je recht wat krom is?

Het vertalen van een slechte tekst.

Het lijkt vanzelfsprekend voor een vertaler om bij het vertalen zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst te blijven, het liefst in zowel vorm als inhoud. Maar wat als je een stuk onder ogen krijgt dat niet zo goed of zelfs slecht is geschreven, of een tekst met veel dubbelzinnigheden of ronduit verkeerde feiten (geen tikfouten)? Moet je goed Nederlands maken van een slechte Franse, Engelse of Russische tekst? Moet je onduidelijkheden en fouten laten staan (als dit mogelijk is) en ervan uitgaan dat ze er met opzet in zijn gezet? Mag je vermeende fouten zomaar corrigeren? Hoe ver ga je daarin?

Before & After

Before & After

Navragen
Als je de mogelijkheid hebt contact op te nemen (direct of via je opdrachtgever) met de auteur van de brontekst, dan kun je het natuurlijk recht op de man of vrouw af vragen. Maar wat als de auteur niet meer leeft of als er simpelweg teveel schakels tussen zitten om direct contact te zoeken? Of als de bron onbekend is (een artikel van een website, uit een oud tijdschrift of viavia verkregen)? Een opmerking voor je opdrachtgever is dan ook niet altijd de oplossing, want die weet misschien nog minder van de tekst dan jij als vertaler. Maar een fout in de vertaalde tekst kan jou als vertaler later nog wel eens opbreken.

Niet aankomen
Er zijn vertalers die vinden dat de basisregel van het vertalen niet mag worden geschonden: een slecht geschreven origineel verdient een vertaling die leest als een slecht geschreven tekst. Ten eerste moet de dubbelzinnigheid volgens hen gehandhaafd worden. Elke poging om te interpreteren of toe te lichten, kan leiden tot verder verlies of toevoeging van betekenis. Ten tweede, feitelijke fouten in de brontekst moeten als zodanig worden vertaald. Een ‘vertalersvoetnoot’ kan geschikt zijn om aan te geven waar de verantwoordelijkheid voor die fout ligt. De schrijver van de brontekst is dan verantwoordelijk voor de misverstanden of problemen die door zulke fouten ontstaan.

Goed werk leveren
Dan zijn er de vertalers die denken dat in de doeltekst niet de slechte kwaliteit van de brontekst  mag doorschemeren. Hun mening is dat de schrijver het recht mag hebben om obscuur te zijn, maar dat de vertaler dan het recht heeft op zelfverdediging. Het is moeilijk om er zeker van te zijn of de brontekst exact zo is bedoeld of niet. Je moet de vertaling zo formuleren dat overkomt wat er in de brontekst wordt gezegd. Je bent als het ware de bemiddelaar tussen brontekst en doeltekst en moet kunnen reageren op kritiek (zelfverdediging).
Feitelijke fouten zijn wat anders. Sommige zijn gemakkelijk te verbeteren (data of plaatsen). Andere zijn niet recht te trekken door de research van een vertaler. Die laatste moeten op het conto komen van de schrijver en onaangeroerd blijven in de vertaling. Bij de VN is het vaak mogelijk om die feitelijke fouten onder de aandacht te brengen van een zogenaamde ‘submitting officer’ (SO), d.w.z. een medewerker die het document ter vertaling aanlevert. Het is de taak van de SO om voor een erratum te zorgen.

Als je voldoende ander werk hebt, kun je het beste proberen je verre te houden van slecht geschreven teksten of teksten met feitelijke fouten. Als ik zo’n opdracht toch moet aannemen, laat ik mijn opdrachtgever meestal weten wat ik van de originele tekst vind (met tact) en hoe ik de problemen erin al dan niet heb opgelost.

Hoe los jij het op?

Advertenties