Lefties zijn leiders!

Foto: ANP

Foto: ANP

Barack Obama tekende vandaag de gastenboeken van Amsterdam en het Rijksmuseum. Met zijn linkerhand. En hij is niet de enige linkshandige president van de Verenigde Staten. Bill Clinton, George Bush (sr.), Ronald Reagan, Gerald Ford, Harry Truman, Herbert Hoover en James Garfield. Van de 44 leiders van Amerika is bijna 20 procent linkshandig (tegen 10% van de wereldbevolking). Toeval? Zijn linkshandigen betere leiders? Hebben ze iets wat de rest niet heeft?

Ik ben linkshandig

In het Engels is er één woord voor: handedness. Mijn ‘handsheid’ is ook links. Toen ik voor het eerst naar school ging, dacht ik dat ik een rariteit was. In de eerste klas (nu groep 3) van de basisschool probeerde juffrouw Juffermans mij met veel pijn en moeite rechts te leren schrijven. Gelukkig kreeg ik het jaar daarop een veel jongere juf, die me zei dat het niets uitmaakte met welke hand ik schreef, als het maar leesbaar was. Maar anderen vonden mij soms raar omdat ik niet alleen met de andere hand schreef, maar ook mijn pen zo gek vasthield en er schuin mee over het papier ging. Dat kwam ongetwijfeld door het vroegere gebruik van ‘verse’ inkt. Je moest voorkomen dat je met je hand over de zojuist geschreven letters ging en vlekken maakte. Overigens doe ik niet alles met mijn linkerhand. Toen ik opgroeide waren er nog geen speciale gebruiksvoorwerpen voor linkshandigen en dus leerde ik bijvoorbeeld wel met mijn rechterhand knippen.

Theorieën

Een algemene theorie voor linkshandigheid is die van de taakverdeling tussen de hersenhelften. Spreken en met je handen werken vergen veel van de hersenen en zijn daarom verdeeld over de twee hersenhelften. Spreken gebeurt bij de meeste mensen met de linker helft en daarom controleert de rechter het handwerk. Linkshandigen hebben net als rechtshandigen een heterogeen brein, maar bij hen zou óf de taakverdeling zijn omgedraaid óf beide helften controleren de spraak.

lefties3

Intelligentie

In zijn boek Right-Hand, Left-Hand meldt professor Chris McManus van het University College London dat het aantal linkshandigen groter wordt en dat uit de groep linkshandigen historisch gezien een bovengemiddeld aantal goede presteerders komt. De hersenen van linkshandigen hebben volgens hem een andere structuur (en daardoor meer vaardigheden) en de genen van linkshandigheid beheersen ook de ontwikkeling van de taalgebieden in de hersenen. Veel wetenschappers zeggen echter dat tussen die twee geen werkelijk verschil in intelligentie zit.

Hoe linker, hoe flinker

McManus schrijft in Scientific American:

“Bij onderzoek in Engeland en Australië is ontdekt dat linkshandigen slecht één IQ-punt verschillen van rechtshandigen. Maar de hersenen van linkshandigen zijn anders van structuur, waardoor ze taal, ruimtelijk inzicht en emoties op meer diverse en mogelijk creatievere manieren kunnen verwerken. Bovendien zijn er iets meer linkshandigen dan rechtshandigen onder getalenteerde musici en wiskundigen. Een onderzoek onder professionele musici onthulde aanzienlijk meer getalenteerde linkshandigen, zelfs bij de instrumenten die eigenlijk ontworpen lijken voor rechtshandigen, zoals de viool.”

leftoriumSociale stempels

Linkshandigen werden in het verleden vaak gediscrimineerd. Behalve met ongemak kregen linkshandigen ook te maken met spot of afkeer. Zo dacht men vaak dat ze ongeluk brachten.
In veel Europese talen betekent ‘rechts’ ook ‘recht’, ‘correct’ of ‘juist’ (bijv. het Engelse ‘right’). En andersom was links vaak negatief: het Latijnse bijvoeglijk naamwoord sinister betekent ‘links’, maar ook ‘onfortuinlijk’, en deze dubbele betekenis is er nog altijd in de van het Latijn afgeleide woorden. Er bestaan in diverse talen, zoals Engels, Frans en Nederlands, negatieve connotaties bij het woord ‘links’: onhandig, onbeholpen, onfortuinlijk, onoprecht, sinister, boosaardig, enz.

13 augustus is overigens de Dag van de Linkshandige.

De kunst van het Loslaten

loslaten20pcOnlangs heb ik een belangrijke beslissing genomen. Ik ben gestopt met een bedrijf dat ik vorig jaar samen met een compagnon heb opgezet. Het was niet gewoon stoppen. Nee, het was een pittig besluit, want je begint niet aan zo’n onderneming om er een jaar later alweer de brui aan te geven.

Door ervaring wijzer

Als kind leer je niet hoe lang je ergens mee moet doorgaan of wanneer je zou moeten stoppen. Om te weten hoe en wanneer iets zou moeten beëindigen, heb je kennis of ervaring nodig. Vaak kan ook je intuïtie daar nog bij helpen (intuïtie is eigenlijk onbewuste ervaring). Na de beslissing om te stoppen volgt dan het proces dat ‘loslaten’ heet (in de psychologie heet dat goal disengagement).

Een beetje psychologie

Een van de adviezen van auteurs Peg Streep en Alan Bernstein, in hun boek Weten wanneer je moet stoppen (Mastering the Art of Quitting), is het leren herkennen en begrijpen van het effect van ‘onderbroken bekrachtiging’. Dit is wanneer je inspanningen om naar een doel te werken af en toe worden beloond, wat voorkomt dat je vroegtijdig opgeeft. Je zet eerder door om een doel te bereiken wanneer je af en toe positieve feedback krijgt, ook al is het totale proces naar je doel niet erg succesvol. Het is dan goed om wat afstand te nemen en dit patroon te zien, zodat je je niet laat verblinden door de tijdelijke positieve boosts.

Diamond Head 24 JanToch doorgaan

Je kunt dan volharden in je gedrag om bepaalde doelen te bereiken, met de onlogische redenering dat je er al zo veel tijd en energie in hebt gestoken. Je blijft bijvoorbeeld in een vervelende relatie ‘hangen’ omdat hij al zo lang duurt en je er al zoveel in geïnvesteerd hebt, of je besteedt nog meer geld aan een auto waar nog maar weinig eer aan te behalen valt.

Vertrouwen en flexibiliteit

Volgens Streep en Bernstein vraagt iets loslaten of ergens mee stoppen soms een enorme hoeveelheid blind vertrouwen – in een onzeker toekomstbeeld – en de bereidheid om eventueel falen te accepteren; ook de emotionele verschijnselen die ermee gepaard gaan. Omdat doorzettingsvermogen en volharding standaard gedragspatronen zijn, kan loslaten nadelige effecten hebben op je gemoedstoestand, je cognitieve vermogen, je motivatie en je gedrag. Het loslaten van een doel en het bepalen van een nieuw doel zijn creatieve activiteiten waarvoor veel flexibiliteit nodig is.

Opluchting

Net als bij een echtscheiding weet je als betrokkenen al langere tijd wat er aan de hand is en ben je al door een heel proces gegaan wanneer je de buitenstaanders inlicht. Daarna volgt de opluchting van er niet meer omheen hoeven draaien en een nieuwe weg in kunnen slaan, maar ook een periode om het verlies te verwerken.

Nieuwe ideeën

Een van de belangrijkste gedachten achter de Kunst van het Loslaten – voor de hand liggend, maar vaak over het hoofd gezien – is dat wanneer je ergens mee stopt, en vooral als je al een tijdje ongelukkig bent, je je als vanzelf openstelt voor nieuwe, positieve mogelijkheden. Dit wordt vaak gezegd, misschien is het zelfs een cliché, maar ook bij mij was het waar. Het was alsof iemand voor mij een advertentie in de krant had gezet: Cora heeft ruimte voor nieuwe plannen en ideeën!

Foto: S. Moerbeek

Foto: S. Moerbeek

Waar is kussen eigenlijk goed voor?

Kauwen en kussen

Er wordt veel gekust in Nederland. Maar kussen is niet iets wat alle culturen doen. Zelfs vandaag de dag zijn er culturen die er niet aan meedoen. Dat zou kunnen betekenen dat het niet aangeboren of intuïtief is, zoals wij vaak denken. Misschien is kussen aangeleerd gedrag, ontstaan vanuit het ‘kusvoeden’, waarbij moeders hun kinderen te eten geven met voorgekauwd voedsel via de mond. Er zijn moderne inheemse volken waar kusvoeden plaatsvindt, maar waar niet sociaal wordt gekust. Kussen kan ook een cultureel bepaalde vorm van verzorging zijn of, wat de erotische kus (tongzoen) betreft, een uitbeelding van, vervanging voor of aanvulling op de seksuele daad zelf.

Dieren kussen ook

Wat het ook is, kusgedrag is niet alleen typisch menselijk. Primaten zoals de Bonobo’s kussen elkaar regelmatig, honden en katten likken en besnuffelen elkaar, en zelfs slakken en insecten maken contact met hun voelsprieten. Misschien is het geen kussen, maar verzorgen, besnuffelen of communiceren. Maar dit gedrag versterkt in ieder geval het onderling vertrouwen en schept een emotionele band.

Toulouse-Lautrec De Kus

De kus – Henri de Toulouse-Lautrec

Wie zoende het eerst?

Vedische teksten uit het oude India lijken het kussen al te vermelden en de Kama Sutra, die vermoedelijk teruggaat tot de tweede eeuw, wijdt een volledig hoofdstuk aan allerlei vormen van kussen. Er zijn antropologen die denken dat de Grieken het erotisch kussen leerden van de Indiërs, nadat Alexander de Grote India was binnengevallen in 326 BC. Maar het gaat mogelijk nog verder terug. In Homerus, uit de negende eeuw voor Christus, drukt Koning Priamus een memorabele kus op de hand van Achilles om hem te smeken om het lichaam van zijn zoon.

De kus in de Bijbel

Herodotus vermeldt in zijn verhalen, uit de vijfde eeuw, het kussen onder de Perzen, die mannen van gelijke stand begroetten met een kus op de mond en die van een iets lagere stand met een kus op de wang. Hij vermeld ook dat de Egyptenaren weigerden de Grieken op de mond te kussen, omdat de Grieken koeienvlees aten en de koe heilig was voor de Egyptenaren. De kus komt ook voor in het Oude Testament. Vermomd als Esau kust Jacob de blinde Isaac en ‘steelt’ daarmee de zegen van zijn broer. In het Hooglied, dat een eerbetoon is aan de seksuele liefde, smeekt een van de geliefden: “Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.”

Kussen voor analfabeten

In de tijd van de Romeinen werd het kussen wat meer gemeengoed. De Romeinen kusten hun geliefden, familieleden en vrienden, en ook hun heersers. Ze onderscheidden een kus op de hand of de wang (osculum) van een kus op de lippen (basium) en een innige of gepassioneerde kus (savolium). Romeinse dichters als Ovidius en Catullus brachten o.a.een ode aan de kus. De Romeinse kus had zowel een sociaal, politiek als seksueel nut. In een tijdperk met veel analfabetisme, werd de kus ook gebruikt om een overeenkomst te sluiten; daar komen de Engelse uitdrukking “to seal with a kiss” en de “X” onder op de stippellijn vandaan. De sociale status van een Romeins burger bepaalde op welk lichaamsdeel hij of zij de keizer mocht kussen, de wang of de voet. En men trouwde door elkaar te kussen voor een groot gezelschap, iets wat nog steeds gebeurt.

De kus als sociale status

Gewoonten veranderden met de val van het Romeinse Rijk en de opkomst van het christendom. De eerste christenen begroetten elkaar vaak met een ‘heilige kus’, die werd geassocieerd met de overdracht van de geest. Buiten de Kerk werd de kus gebruikt om sociale rangen en standen onderling te versterken; vazallen en onderdanen kusten bijvoorbeeld de mantel van hun koning of de ring of muiltjes van de paus.

1319206294_897

Romeo, Julia en vampiers

Na de val van Rome leek de romantische kus zo’n 1000 jaar lang van het toneel verdwenen, om aan het eind van de elfde eeuw weer op te duiken met de hoofse liefde. De kus van Romeo en Julia is symbolisch voor deze cultus, die als doel had de hofmakerij weg te halen bij het gezag van familie en gemeenschap en eer te betonen aan de romantische liefde, met al zijn vrijheid, zelfbeschikking en mogelijk ontwrichtende kracht. Het lot van de onfortuinlijke geliefden herinnert ons eraan dat een dergelijke vrijheid niet zonder risico is, en het is goed mogelijk dat vampirisme is ontstaan uit het beeld van de gevaren – voor de gezondheid, de sociale rangorde, de reputatie en het geluk – van het kussen van de verkeerde persoon.

(Bron: Psychology Today)

Fijn dat ik me ongelukkig voel

Hoewel ik de laatste tijd niet zo lekker in mijn vel zit (sommigen weten dat dit een understatement is, maar ik zal er hier niet over uitweiden; laten we het voor het gemak maar even houden op een hormonale kwestie), merk ik dat het me stof tot schrijven geeft, inspiratie zo je wilt, wat dan wel weer een greintje goed gevoel geeft (wat een alliteratie!).

Oorzaak en gevolg?

Het is alom bekend dat goede schrijvers hun inspiratie halen uit de ellende die ze in hun eigen leven ervaren. Of is dat een mythe? Zijn er goede schrijvers die een perfecte jeugd hebben gehad, nooit hebben gehoord van liefdesverdriet of niet ooit iets te vaak naar de drank hebben gegrepen uit eenzaamheid? Of zou het andersom zijn? Zijn schrijvers zo verwikkeld geraakt in hun wereld van gecompliceerde personages en niet-bestaande conflicten dat ze zijn gaan geloven in hun eigen verhalen? Hebben ze door hun afzondering tijdens het schrijven misschien de zin voor de realiteit verloren? Of wellicht is hun leven zo saai, dat ze besloten hebben hun eigen verhalen te gaan beleven om te voelen dat ze leven.

Getergde auteurs

sighEr waren en zijn veel gekwelde schrijvers, getraumatiseerd, depressief, verslaafd aan drank, drugs of de liefde. Hemingway (depressief), Virginia Woolf (seksueel misbruikt en last van zenuwinzinkingen), George Sand (eenzame kindertijd, uitgehuwelijkt en ontsnapt aan de druk van haar familie) en dichter bij huis Gerard Reve (psychische problemen en zelfmoordpoging) en Maarten van Buren (leeft nog en schreef een boek over zijn depressie: Kikker gaat fietsen – over het leed dat leven heet); ze hadden of hebben allemaal problemen.

Philip Roth adviseerde ooit een jonge schrijver: “Als ik jou was zou ik stoppen nu het nog kan. Echt. Het is een vreselijke wereld. Gewoon een martelgang. Vreselijk. Je schrijft en schrijft en je moet bijna alles weggooien omdat het gewoon niet goed is. Ik zou zeggen: stop nu. Dit wil je jezelf niet aandoen. Dat is mijn advies voor jou.”

Perfectionisme

Soms is het inderdaad frustrerend: je vindt jezelf nooit goed genoeg. Hoe klein je publiek ook is, al schrijf je slechts voor jezelf, je wilt het goed doen, een staat van perfectie bereiken, die je nooit zult halen. Je familie zal het mooi vinden, je vrienden ook, en misschien gaat de reikwijdte van je blog, columns, roman of zelfs memoires nog verder, maar voor jou is het nooit af, nooit goed genoeg. Misschien ligt daar wel de pijn van de schrijver: nooit op papier krijgen wat er werkelijk in je hoofd zit.

Ondertussen heeft mijn ‘leed dat leven heet’ mij wel weer aan het schrijven gebracht en komt er door een oude bekende die mijn verleden komt oprakelen meer naar boven dan ik binnen kan houden. Wordt vervolgd, dus…

Je passie of gewoon een leuke baan?

Het woord ‘passie’ is een beetje uitgekauwd, het is gedevalueerd omdat het te pas en te onpas wordt gebruikt. Passie is ‘hartstochtelijke liefde voor iets of iemand.’ De passie is ook het lijdensverhaal van Christus. Het woord passie is dan ook ontleend (via het Franse passion) aan het Latijnse passio wat ‘lijden, foltering; ziekte; gemoedsaandoening, sentiment’, betekent. Passie hebben voor iets of iemand is er dus zo veel van houden dat het lijden of pijn veroorzaakt. Heel heftig, dus pas op met het gebruik van het woord ‘passie’.

Baan of bedrijf

Ik houd van mijn werk en hecht aan mijn vrijheid als zelfstandig ondernemer. Ik predik dan ook graag het ondernemerschap, maar besef ook goed dat er voldoende mensen zijn die heel gelukkig zijn in loondienst. Die leuk werk hebben, maar het bijvoorbeeld ook prettig vinden om na half zes de knop om te zetten en zich te wijden aan gezin, vrienden of een hobby (al dan niet met passie).

Prestatiedrang

nine-to-five-job-concept-9019795

Dit weekend stond er een goed stuk in het NRC Handelsblad geschreven door Anouk Eigenraam en Bart Cosijn. Die laatste mocht ik eens ontmoeten bij een debat over ondernemerschap waar ik aan deelnam en dat hij leidde. Bart en Anouk vragen zich af wat er mis is met de gewone kostwinner. En waarom alles met ‘passie’ moet en er zo veel gepresteerd moet worden.

Pas op de plaats

What ever happened to even op één plaats blijven? Soms heb je meer tijd nodig om te kunnen doorgronden wat de waarde of betekenis van een werkplek of leefomgeving is. Sommige mensen kiezen er om die reden voor langere tijd bij één werkgever te zitten, uit loyaliteit of omdat het economische zekerheid geeft. Maar zijn zij daarmee slechte managers van hun carrière?”

“…(En) wat als je geen ultieme droom hebt? Wat als je niet 24/7 bezig bent met je passie? Het mantra in onze samenleving lijkt te zijn veranderd van ‘je moet gelukkig worden’ in ‘je moet je passie najagen’.”

“Laten we alsjeblieft niet vergeten dat we in een samenleving naast entrepreneurs, uitvinders en innovators ook gewoon mensen nodig hebben die niet voortdurend hemelbestormend bezig zijn. Als iedereen bezig is de volgende president van Amerika te worden, wie haalt dan de kinderen van school?”

Voor wie doe je het?

De auteurs vragen zich af “waarom we steeds anders, uitdagender, echter, beter, mooier, interessanter willen zijn en voor wie we dat doen. Voor onszelf of voor de bühne?”

Er moet tegenwoordig zo veel gepresteerd worden en er is een soort ‘dwang’ om gelukkig en succesvol te zijn. Ik hoop niet dat we hier de Amerikaanse ‘goeroes’ gaan aanhangen. ‘Saai’ en ‘gewoon’ zijn ook goed.

Lang leve Saai.

passie