Een club voor moordenaars

Dit is deel 4 in een serie legendes van Parijs.

Au Lapin Agile is het oudste café chantant van Parijs. Deze herberg in Montmartre (of eigenlijk ‘op’ Montmartre, want het is een heuvel) stamt uit 1860 en werd toen ook wel “Ontmoetingsplek van dieven” genoemd. Het stond zelfs een tijdje bekend als het ‘moordenaarscafé’.

Au Lapin Agile

Au Lapin Agile

Vandaag de dag is het nauwelijks veranderd, er is zelfs geen likje verf aangebracht over de oude patina van de door kachelrook zwartgeblakerde muren en daarom is het juist zo geliefd! Au Lapin Agile is zo’n beetje voor het café chantant wat Idols is voor de televisie. Een aanlokkelijk patchwork van jonge zangers die oude Franse chansons bewerken. De muzikale kwaliteit is authentiek en houdt de geest van het oude café chantant levend, met bovendien een vleugje humor in de liedjes. Hier hangt een gelukzalig sfeertje, een olijke, oprechte ambiance… hoewel niet al te jong meer! Een show duurt er ongeveer vier uur en met een glas sangria in de hand kun je zo maar midden in een feestje belanden! Wat een avond!

Maar hoewel de show de moeite waard is, is het vooral de ziel en de geschiedenis van dit ‘krot’ die fascinerend zijn. Beroemde artiesten waren vaste gast, zoals Picasso, die zijn maaltijd ooit betaalde met een van zijn Harlekijns; en de schrijvers Guy de Maupassant en Guillaume Apollinaire, of meer recentelijk de zangers Georges Brassens (die hier voor het eerst zong) en Claude Nougaro! Au Lapin Agile is een van de oudste ‘cabarets’ van Parijs en is alive and kicking.

Wat de geschiedenis betreft: in 1869 krijgt het café de naam ‘moordenaarscafé’, omdat aan de muur portretten hangen van beruchte moordenaars als François Ravaillac, de moordenaar van de Franse koning Hendrik IV, en massamoordenaar Jean-Baptiste Troppmann.
Tegenwoordig heet het Au Lapin Agile, omdat in 1880 de toenmalige eigenaar de karikaturist André Gill, ook een stamgast, opdracht gaf tot het maken van een uithangbord; Gill schildert een konijn met een jas aan die net is ontsnapt aan de kookpot waar hij in zou belanden. Het café krijgt dan in de volksmond de naam ‘lapin à Gill’ (het konijn van Gill), dat al gauw ‘Lapin Agile’ (het behendige konijn) wordt. Het konijn op het bord zou trouwens een zelfportret zijn van de karikaturist, die deel uitmaakte van de Commune, maar erin slaagde te ontsnappen aan de repressie die erop volgde.

Coucher de soleil sur l'Adriatique

Coucher de soleil sur l’Adriatique

Hier is ook de meest opzienbarende grap uit die tijd uitgehaald. Op een dag exposeerde de schilder ‘Boronali’ zijn abstracte schilderij ‘Coucher de soleil sur l’Adriatique’ op de Salon des Indépendants en de recensies waren lovend! In werkelijkheid ging het om een werk van Lolo, de ezel van Au Lapin Agile, bij wie een penseel aan de staart was vastgemaakt. Het schilderij werd verkocht aan een verzamelaar voor maar liefst 500 francs! De gelegenheidsschilder en de ezel werden ontmaskerd en onder de snobs werd er schande van gesproken!

Om te eindigen met de plek… dat is het enige spijtige eraan. Op deze plek, die het centrum is geworden van het wereldtoerisme, komen lieden van diverse allooi, die logischerwijs niet altijd erg gevoelig zijn voor chansons met mooie teksten, wat de sfeer van het café chantant niet ten goede komt. Dit gezegd hebbende, vraagt het een bravourestuk en een uitstekend optreden van de artiesten! Ga er dus vooral heen en let niet teveel op de entourage!

Lees hier deel 1 over de bloeddorstige banketbakker, deel 2 over het Spook van de Opera of deel 3 over de Engel van de Bastille.

 

Advertenties

Wie is de Engel van de Bastille?

Dit is deel 3 in een serie legendes van Parijs.

 

‘Non Serviam’ – “Ik zal niet dienen!”

Le Génie de la Liberté

Le Génie de la Liberté

Een paar woorden waren voor God genoeg om een aantal van zijn mooiste wezens in het verderf te storten. Lucifer, de drager van het Licht en een gevallen Engel, nam een derde van de engelen mee in zijn opstand tegen God. Voor hem werd de hel gemaakt. De rest is bekend…

De Colonne de Juillet, de zuil op de Place de la Bastille, werd opgericht tussen 1833 et 1840. Bovenop torent de Génie de La Liberté (zinnebeeld der vrijheid), gemaakt door de beeldhouwer Auguste Dumont. Het is een merkwaardig eerbetoon van Lodewijk Filips aan de opstandelingen die drie jaar eerder Karel X en de absolute monarchie ten val brachten.

Lucifer is weer opgestaan. Geen enkel detail ontbreekt: met een fakkel in de hand, verbreekt de Engel zijn ketenen en stort zich op nieuwe veroveringen. Onder zijn indrukwekkende voetstuk bevindt zich een crypte met daarin zo’n 500 overblijfselen van de strijders uit 1830, maar ook een door Napoleon meegebrachte Egyptische mummie.

Tijden de Commune van Parijs in 1870 wilden de Communards, nadat ze die op de place Vendôme hadden neergehaald, de aanval inzetten op de zuil van Place de la Bastille… zonder succes. Noch het installeren van ondergrondse explosieven, noch het afschieten van een dertigtal granaten vanaf de Buttes Chaumont was toereikend. De vlam van de drager van het Licht weigerde uit te gaan…

Manifestation du front de gauche _ Bastille _ _11_

Demonstratie Place de la Bastille

Lees hier deel 1 over de bloeddorstige banketbakker of deel 2 over het Spook van de Opera.

Het spook van de Opera

Dit is deel 2 in een serie legendes van Parijs

Wie was nu echt het spook van de Opera?
De Opéra toen en nu

De Parijse Opéra toen en nu

Dankzij de musical van Andrew Lloyd Webber kennen we allemaal het verhaal van het spook van de Opéra Garnier (naar het boek van Gaston Leroux). Maar wat is de oorsprong van deze Parijse legende? En wie is dat beroemde spook? Loge nummer 5 is er nog steeds…

Het begint met een brand

Op 28 oktober 1873 zou een jonge pianist zijn gezicht hebben verbrand in de brand van het conservatorium aan de rue Le Peletier. Zijn verloofde, een ballerina, is daarbij om het leven gekomen. Hij is ontroostbaar en zoekt zijn toevlucht in de onderaardse gewelven van de Opéra Garnier, toen nog in aanbouw.
De man, Ernest, verblijft in het Palais Garnier tot aan zijn dood. Hij zou vlakbij het meertje gewoond hebben dat onder de Opera lag en diende als watervoorraad bij brand. Zijn laatste dagen wijdde hij aan de kunst en het voltooien van zijn levenswerk: een loflied op de liefde en de dood. Hij stierf in het souterrain. Zijn lijk is nooit teruggevonden en men denkt dat hij is aangezien voor een van de lijken van de communards.

Het juiste kadaver

In 1910 neemt het verhaal een andere wending. De schrijver Gaston Leroux laat zich door de legende inspireren en schrijft zijn beroemde roman Het spook van de Opera. In het voorwoord schrijft hij: ”We weten nog dat laatst, terwijl we in het souterrain van de Opera aan het graven waren om de grammofoonplaten met de stemmen van artiesten daar te begraven, de houweel van een van de arbeiders een kadaver blootlegde. Onmiddellijk had ik ook het bewijs dat dit het skelet van het Spook van de Opera was! Ik heb het eigenhandig laten toetsen bij de beheerder en het kan me niets schelen dat de kranten vertellen dat daar een slachtoffer van de commune is gevonden.”

fantome

Vreemde voorvallen

Dan gaat het verhaal de hele wereld rond. In zijn roman heeft Leroux het over een mysterieuze bewoner van het souterrain van het Palais Garnier. Maar hij heeft het verhaal niet verzonnen en heeft zich laten inspireren door onverklaarbare gebeurtenissen die men toeschreef aan de pianist Ernest.
Op 20 mei 1896, zo staat in de annalen van het Palais Garnier, komt tijdens een voorstelling van Faust van Gounod de grote kroonluchter in de zaal naar beneden en vindt een toeschouwer daarbij de dood. Volgens het verhaal zat deze toeschouwer op stoel nummer 13.

Het spook wordt verliefd

Vervolgens zou door een aantal vreemde verschijnselen de aanwezigheid van het spook steeds aannemelijker worden: een technicus sterft door ophanging, wat zelfmoord had kunnen zijn, ware het niet dat er geen touw was! Niet lang daarna wordt een danseres dood gevonden na een val van een balkon.
Maar nog gekker is dat een jonge sopraan, Christine Daaé, beweert het spook van de Opera ontmoet te hebben. Hij wordt verliefd op haar en geeft haar zangles door zich voor te doen als de Engel van de muziek. De platonische liefde van het spook weerhoudt de jonge vrouw ervan, uit angst, verliefd te worden op de burggraaf van Chagny.

Loge nummer 5
fantome1half

Loge nr. 5

De laatste bizarre anekdote: de toenmalige directie werd benaderd door iemand die 20.000 francs per maand eiste samen met de reservering van loge nummer 5… (die loge is nog altijd te vinden in de huidige Opera!)

 

 

Lees hier deel 1 over de bloeddorstige banketbakker.

De bloeddorstige banketbakker

Dit is deel 1 in een wekelijkse serie van 11 legendes over Parijs.

1. De legende van de barbier en de bloeddorstige banketbakker (Île de la Cité)

Notre Dame ca 1300 Aan het einde van de 14e eeuw behoorden de vleespasteitjes van een meester banketbakker op het Île de la Cité tot de beste van de stad. Ze waren zeer verfijnd en smaakvol, maar het recept was nogal bijzonder… en met een crimineel smaakje. In het hart van Île de la Cité, rue des Marmousets, zo vertelt de legende, hadden in 1384 een banketbakker en een barbier de handen ineengeslagen voor een even rendabel als macaber handeltje.

Gehaktdag

Hun sinistere akkoordje vereiste een kille taakverdeling. De barbier had als taak hun prooi, vaak arme studenten van het kapittel van Notre Dame de keel door te snijden. Als het lichaam eenmaal aan stukken was gehakt stuurde hij het via een luik naar zijn buurman de banketbakker. Deze bereidde vervolgens met zorg zijn beroemde pasteitjes gevuld met vers mensenvlees. Zelfs koning Karel VI was er een liefhebber van. De compagnons werden in 1387 ontmaskerd toen de hond van een van de slachtoffers de aandacht van de buurt trok en de hermandad trok, omdat hij constant stond te janken voor de winkel van de bloeddorstige banketbakker. vleespasteitjes

Hakblok

In de kelder ontdekte men het verpletterende bewijs, waaronder het hakblok waarop de lichamen van de ingewanden werden ontdaan. De barbier en de banketbakker werden levend verbrand in een ijzeren kooi. Hun winkeltjes, jarenlang het toneel van de gruwelijkheden en waar een ondraaglijke stank hing, werden met de grond gelijkgemaakt. Vandaag vind je op die plek de garage van de motorpolitie van Île de la Cité. Er is nog een vermoedelijk spoor: een steen helemaal achterin de garage die een restant zou kunnen zijn van het berucht hakblok van de gestoorde banketbakker! Als je een ‘pelgrimstocht’ wilt maken naar de plek van de krankzinnige barbier en de bloeddorstige banketbakker, ga je naar de rue Chanoinesse (vroeger rue Marmousets) nummer 20.   De volgende legende van Parijs gaat over het bekende spook van de Opera…

Legendes van Parijs

Wat je nog niet wist van de lichtstad

De legendes van Parijs! Alleen de titel al doet je fantasie op hol slaan. De woorden hebben een geur van mysterie en geheimen. Maar welke verhalen zijn er bekend van deze stad vol romantiek? Wat anders kennen de meesten van Parijs dan de Eiffeltoren en Montmartre, en misschien de heerlijke winkels en de bijzondere parken?

Elke stad heeft zo zijn verhalen en mysterieuze plekjes, maar in Parijs maken de legendes deel uit van de charme van de stad. Ieder straatje, iedere wijk en elk monument staat bol van de folklore. In de loop van de geschiedenis werden deze mythen steeds weer gerecycled en ook vandaag de dag kunnen ze een bezoek aan de moderne stad die Parijs ook is, nog een beetje mooier maken.

Foto: Cora B.

Foto: Cora B.

De komende weken plaats ik 11 bijzondere verhalen over la belle ville de Paris! Blijf dus volgen!

1. De legende van de barbier en de banketbakker

Aan het einde van de 14e eeuw behoorden de pasteitjes van een meester banketbakker op het Île de la Cité tot de beste van de stad. Ze waren zeer verfijnd en smaakvol, maar het recept was nogal bijzonder… en met een crimineel smaakje.

2. Het ware verhaal van het spook van de Opera

Dankzij de musical van Andrew Lloyd Webber kennen we allemaal het verhaal van het spook van de Opéra Garnier (naar het boek van Gaston Leroux). Maar wat is de oorsprong van deze Parijse legende? En wie is dat beroemde spook? Loge nummer 5 bestaat nog steeds…

3. Wie is de engel van de Bastille?

“Ik zal niet dienen!” Een paar woorden waren voor God genoeg om een aantal van zijn mooiste wezens in het verderf te storten. Lucifer, de drager van het Licht, nam een derde van de engelen mee in zijn opstand. Voor hem werd de hel gemaakt. Wat gebeurde er nog meer?

4. Een nachtclub vol moordenaars

Au Lapin Agile is het oudste café chantant van Parijs. Deze herberg op Montmartre stamt uit 1860 en werd toen ook wel ‘ontmoetingsplek van dieven’ genoemd. Hij stond zelfs een tijdje bekend als het ‘moordenaarscafé’. Hoe kwam het aan die naam en welke moordenaars kwamen er?

5. Het raadsel van de metromoord

Zondag 16 mei 1937, half zeven ´s avonds. Laetitia Toureaux, een jonge fabrieksarbeidster, stapt in de metro op station Porte de Charenton, het eindstation van lijn 8. Een minuut later stappen bij het volgende station zes passagiers in. De jonge vrouw is alleen in het treinstel. Onder haar hoed is haar gezicht niet zichtbaar. Ze lijkt te slapen…

6. Een krokodil in het riool van Parijs

De rioolruimers van Parijs zijn gewend aan ratten in de riolering van de stad. Maar in 1984 hebben brandweermannen (de pompiers doen in Frankrijk bijna alles) een ontmoeting met een heel andere diersoort. Ter hoogte van de Pont Neuf ligt een krokodil van bijna een meter lang hen op te wachten, verstopt in het donker…

7. De spookstations van de Parijse metro

Wist je dat er metrostations zijn die ´spookstations´ worden genoemd? Het zijn metrostations die zijn gesloten of nooit zijn geopend… en een aantal heeft niet eens een in- of uitgang! Ontdek waar die stations zich bevinden en wat het verhaal erachter is.

Foto: Cora B.

8. De mysterieuze catacomben van Parijs

Parijzenaars weten dat hun stad een gatenkaas is, maar velen zouden het liever verbloemen. Parijs bevindt zich op zo´n 350 kilometer ondergrondse galerijen, als een enorme stad op palen. Treed binnen in de fascinerende wereld van de catacomben van Parijs.

9. De legende van de smid en de poorten van de duivel

Een boeiende legende is die van de siersmid Biscornet, die in de 13e eeuw de opdracht krijgt arabesken te maken voor de zijdeuren van de Notre Dame. Hij is jong en ambitieus, maar hij kan de klus niet aan. Hij zou zijn ziel aan de duivel hebben verkocht om het werk toch te kunnen afmaken.

10. Cour des Miracles (mijn favoriet)

In het Frans slaat de term ‘Cour des Miracles’ (‘plein der wonderen’; een vrijplaats voor het uitschot van de stad) op een unieke plek in Parijs die aan het licht is gekomen door de roman Notre Dame de Paris (bij ons beter bekend als De klokkenluider van de Notre Dame) van Victor Hugo. Hij beschreef het ‘cour des miracles’ als een pandemonium, een ‘wrat op het gezicht van Parijs’.

11. Het spook van de Tuilerieën

Aan de geschiedenis van het Palais des Tuileries kleeft de legende van ‘de kleine rode man’. Deze legende van het spook van de Tuilerieën gaat eigenlijk over Jean ‘de vilder’, een slager en uitbener, maar ook over beroemde vorsten.

Veel leesplezier de komende weken! (Als je het aandurft…)