De legende van de poorten van de duivel

Dit is deel 9 in een serie legendes van Parijs.

 

Notre Dame in de Middeleeuwen

Notre Dame in de Middeleeuwen

Notre Dame de Paris

Een boeiende legende is die van de siersmid Biscornet, die in de 13 eeuw de opdracht krijgt de arabesken te maken voor de zijdeuren van de Notre Dame. Hij is jong en ambitieus, maar hij kan de klus niet aan.

Een pact met de duivel

Er wordt verteld dat hij zijn ziel aan de duivel verkocht om het werk te kunnen afmaken. Satan liet hem weten: “Als je een pact met me wilt sluiten, dan beloof ik je dat je de beste slotenmaker wordt en dat je alle klussen kunt aannemen die je wilt”.

Dichte deuren

Na dagen eraan te hebben gewerkt, valt Biscornet in slaap boven zijn voltooide, en opmerkelijk bekwame, werk. Helaas, de dag van de inhuldiging weigeren de poorten open te gaan. Met veel moeite en met wijwater lukte het toch om de poorten open te krijgen, en Biscornet werd verlost van zijn belofte aan de duivel.

Restauratie 19e eeuw

Toen architect Eugène Viollet-Le-Duc in 1843 met de restauratie van de Notre Dame begon, was ook hij verbaasd over de pracht en de kwaliteit van het werk van Biscornet. We weten ook nu nog hoe moeilijk dit type smeedwerk te maken is en welke problemen je hierbij tegenkomt. Zelfs met de hedendaagse kennis en technieken is een dergelijk smeedwerk nog een tour de force.

Vakmanschap is meesterschap

Vakmanschap is meesterschap

Een onmogelijk meesterwerk

Begrijpelijk is dan ook de verwondering die het ijzerbeslag van Biscornet kon oproepen in de 13e eeuw, een tijd waarin het religieuze vuur overal goed brandde. Er werd dus als snel gedacht dat dit het werk van de Duivel moest zijn, want dit leek een onmogelijke klus voor een gewone sterveling. Je kunt je afvragen waarom dat ijzerwerk dan toch bewaard is gebleven.

Lees ook de andere Parijse legendes: deel 1 over de bloeddorstige banketbakker, deel 2 over het Spook van de Opera, deel 3 over de Engel van de Bastille, deel 4 over Le Lapin Agile, deel 5 over de metromoord, deel 6 over een krokodil in het riool, deel 7 over de spookstations van de Parijse metro en deel 8 over de catacomben.

Advertenties

Het mysterie van de catacomben

Dit is deel 8 van een serie legendes van Parijs.

Catacomben…

Ondergronds

Ondergronds

Het woord alleen al maakt nieuwsgierig of geeft je misschien zelfs koude rillingen. De catacomben zijn omgeven door een sfeer van mysterie, knekels en hersenschimmen. Maar wat weten we ervan?
Parijzenaars weten dat hun stad een gatenkaas is, maar velen zouden het liever verbloemen. Parijs bevindt zich bovenop zo´n 350 kilometer ondergrondse galerijen, als een enorme stad op palen.

De cata’s

Dit enorme labyrint wordt ook wel – heel poëtisch, maar onterecht – de catacomben genoemd en strekt zich uit onder een groot deel van de linkeroever (Rive Gauche: van Odéon tot het Parc Montsouris) en een deel van de rechteroever (Rive Droite: Montmartre, Belleville en Ménilmontant). Pak je zaklantaren en volg de gids: we maken een ‘historisch’ tochtje door de ‘cata’s’!

Bezocht door koningen

Vanaf het moment dat ze werden aangelegd, vormen de Catacomben van Parijs een bron van nieuwsgierigheid. We weten zelfs dat Karel X er in 1787 afdaalde in gezelschap van zijn hofdames. En in 1860 gaat Napoleon III naar beneden met zijn zoon!

Steengroeven

Maar wat is de oorsprong van dit netwerk van ondergrondse galerijen? Het antwoord is simpel: steen. Sinds de Gallo-Romeinse tijd hebben de Parijzenaars het materiaal voor hun huizen uit de grond gehaald. De catacomben van Parijs zijn niet minder dan een deel van de vroegere steengroeven die zich uitstrekten over een groot deel van de (ondergrondse) stad.

Kerkhof

Macaber

Macaber

Maar de naam catacomben is in het geval van Parijs niet terecht. In werkelijkheid gaat het namelijk om meer dan een knekelhuis. Jawel, hier liggen de beenderen van 6 miljoen mensen afkomstig van de sinds 1786 geruimde Parijse begraafplaatsen en van graven uit kerken.

Mei 1968

Tegenwoordig kan iedereen een bezoek brengen aan de ‘officiële’ catacomben bij Denfert-Rochereau. Maar dat is slechts een klein deel van de 350 km aan galerijen verborgen onder de stad… en daar begint het avontuur. De catacomben verhullen een complete parallelle wereld. Voor velen zijn ze een Parijse fantasie; zeker sinds de jaren 70 toen de ‘cata-gekte’ zijn hoogtepunt bereikte. In 1968 maakten studenten er overigens gebruik van om de ME te ontlopen, en je verschuilen in de catacomben werd bijna een gewoonte, net zo gevaarlijk als verboden.

Cultstatus

Sinds de jaren 80 hebben de catacomben een soort cultstatus gekregen en is er zelfs een kunstvorm ontstaan: inrichting en decoratie van zalen, beeldhouwwerken (er zijn zelfs miniatuursteden uitgehakt uit de rotsen), grafische voorstellingen en fresco’s. Maar de toename van het aantal bezoekers heeft zijn keerzijde. Zo kreeg de politie klachten dat cata-liefhebbers (catafielen) in de catacomben zijn lastiggevallen.

Gewone mensen

De Inspection Générale des Carrières (Inspectiedienst van de steengroeven) grijpt naar drastischer middelen. In 1981 infiltreert de inlichtendienst een groep cata-gekken om ze beter te leren kennen. Men komt erachter dat het niet gaat om een bende of een sekte. Er zijn geen zwarte missen, er is geen drugshandel. Het zijn niet meer dan een paar ‘cata-fanatici’ met een passie voor een miskend erfgoed.

Het rijk der doden

Het rijk der doden

Cata-gekte

Om problemen te voorkomen, worden de galerijen vanaf de jaren 90 door de politie geblokkeerd. De cata-gekken, waarvan er eind jaren 70 zo’n duizenden zijn, zijn begin jaren 90 nog slechts met een man of 300. Maar het zijn hartstochtelijke aanhangers. Je moet wel een beetje gek zijn om de ME, ongelukken, nare ontmoetingen en rattenziekte te omzeilen.

Een pittige tocht

Het interessantste deel van de catacomben bevindt zich vandaag de dag onder het 14e en een deel van het 13e arrondissement. Maar helaas, het is niet iedereen gegeven om af te dalen in de ‘onofficiële’ catacomben: je moet honderden meters lang gebukt lopen met een zaklantaren. Je moet door nauwelijks begaanbare kruipgaten kronkelen en je een weg banen door overstroomde galerijen waar het water soms tot aan je middel komt… echt geen lolletje.

Dieper dan de metro

Je bevind je zo’n 20 meter onder de grond, dieper nog dan de metro en de riolering. Het is er een graad of 12 en muisstil. Het is een compleet andere wereld. Je stuit er op oude schuilkelders, Duitse bunkers, knekelhuizen en bronnen… Bepaalde ruimtes zijn al twee eeuwen oud, zoals het graf van Philibert Aspairt, de portier van het Val-de-Grâce ziekenhuis, die in 1793 de weg kwijtraakte in het onderaardse.

 

Feestlocatie

Tot de bijzondere ruimtes behoort ook Zaal Z met zijn welgevormde en verstevigde gewelven, geïnspireerd op de Romaanse kunst. Zaal Z is een favoriete feestlocatie van de cata-gekken. Een naam die ook vaak terugkomt is ‘het strand’. Dit is een ruimte die pas een jaar of twintig geleden is aangelegd en waar zand op de grond ligt. En ten slotte kan men niet afdalen in de cata’s zonder een bezoek te brengen aan ‘het kasteel’. Deze enorme ruimte is versierd met waterspuwers en er staat een ronde tafel met banken eromheen. Er is een miniatuur fort gebeeldhouwd en in het midden hangt een ijzeren kroonluchter.

Kruip-door-sluip-door

Kruip-door-sluip-door

Een bezoek aan de catacomben is geen bezoek aan het park. Je hebt een paar oriëntatiepunten nodig om er weer uit te komen… en levend, graag! Om de catacomben te bezoeken, moet je rekening houden met een wachttijd: er kunnen slechts 200 bezoekers tegelijk naar beneden.

 

Lees ook de andere Parijse legendes: deel 1 over de bloeddorstige banketbakker, deel 2 over het Spook van de Opera, deel 3 over de Engel van de Bastille, deel 4 over Le Lapin Agile, deel 5 over de metromoord, deel 6 over een krokodil in het riool en deel 7 over de spookstations van de Parijse metro.

 

Een krokodil in het riool

Dit is deel 6 in een serie legendes van Parijs.

De rioolruimers van Parijs zijn gewend aan ratten in de riolering van de stad. Maar in 1984 hebben brandweermannen (de pompiers doen in Frankrijk bijna alle ‘eerste hulp’) een ontmoeting met een heel andere diersoort.

Ter hoogte van de Pont Neuf ligt een krokodil van bijna een meter lengte hen op te wachten, verstopt in het donker. Nadat ze het beest gevangen hebben, melden deskundigen dat het om een nijlkrokodil gaat. Niemand weet hoe die daar is terechtgekomen. Maar wat zeker is, is dat Eleanore (zoals de krokodil genoemd werd) niet meer door de riolering van Parijs wandelt. Zij is na haar Parijs avontuur naar Vannes (Bretagne) gebracht, waar zij, nu drie meter lang, in alle rust haar dagen slijt.

Een nijlkrokodil kan ongeveer 100 jaar worden. Als de pompiers Eleanore toen niet hadden gevonden, kroop de krokodil nu waarschijnlijk nog steeds door het riool van de stad. Dit waargebeurde verhaal van de Parijse rioolkrokodil is een van de stadslegendes die te vinden zijn in de tentoonstelling van Le Manoir de Paris. Een teken dat het in het collectieve geheugen van de Parijzenaars staat gegrift.

crocodile egouts de paris

 

Lees ook de andere Parijse legendes: deel 1 over de bloeddorstige banketbakker, deel 2 over het Spook van de Opera, deel 3 over de Engel van de Bastille, deel 4 over Le Lapin Agile en deel 5 over de metromoord.

Wie is de Engel van de Bastille?

Dit is deel 3 in een serie legendes van Parijs.

 

‘Non Serviam’ – “Ik zal niet dienen!”

Le Génie de la Liberté

Le Génie de la Liberté

Een paar woorden waren voor God genoeg om een aantal van zijn mooiste wezens in het verderf te storten. Lucifer, de drager van het Licht en een gevallen Engel, nam een derde van de engelen mee in zijn opstand tegen God. Voor hem werd de hel gemaakt. De rest is bekend…

De Colonne de Juillet, de zuil op de Place de la Bastille, werd opgericht tussen 1833 et 1840. Bovenop torent de Génie de La Liberté (zinnebeeld der vrijheid), gemaakt door de beeldhouwer Auguste Dumont. Het is een merkwaardig eerbetoon van Lodewijk Filips aan de opstandelingen die drie jaar eerder Karel X en de absolute monarchie ten val brachten.

Lucifer is weer opgestaan. Geen enkel detail ontbreekt: met een fakkel in de hand, verbreekt de Engel zijn ketenen en stort zich op nieuwe veroveringen. Onder zijn indrukwekkende voetstuk bevindt zich een crypte met daarin zo’n 500 overblijfselen van de strijders uit 1830, maar ook een door Napoleon meegebrachte Egyptische mummie.

Tijden de Commune van Parijs in 1870 wilden de Communards, nadat ze die op de place Vendôme hadden neergehaald, de aanval inzetten op de zuil van Place de la Bastille… zonder succes. Noch het installeren van ondergrondse explosieven, noch het afschieten van een dertigtal granaten vanaf de Buttes Chaumont was toereikend. De vlam van de drager van het Licht weigerde uit te gaan…

Manifestation du front de gauche _ Bastille _ _11_

Demonstratie Place de la Bastille

Lees hier deel 1 over de bloeddorstige banketbakker of deel 2 over het Spook van de Opera.

Het spook van de Opera

Dit is deel 2 in een serie legendes van Parijs

Wie was nu echt het spook van de Opera?
De Opéra toen en nu

De Parijse Opéra toen en nu

Dankzij de musical van Andrew Lloyd Webber kennen we allemaal het verhaal van het spook van de Opéra Garnier (naar het boek van Gaston Leroux). Maar wat is de oorsprong van deze Parijse legende? En wie is dat beroemde spook? Loge nummer 5 is er nog steeds…

Het begint met een brand

Op 28 oktober 1873 zou een jonge pianist zijn gezicht hebben verbrand in de brand van het conservatorium aan de rue Le Peletier. Zijn verloofde, een ballerina, is daarbij om het leven gekomen. Hij is ontroostbaar en zoekt zijn toevlucht in de onderaardse gewelven van de Opéra Garnier, toen nog in aanbouw.
De man, Ernest, verblijft in het Palais Garnier tot aan zijn dood. Hij zou vlakbij het meertje gewoond hebben dat onder de Opera lag en diende als watervoorraad bij brand. Zijn laatste dagen wijdde hij aan de kunst en het voltooien van zijn levenswerk: een loflied op de liefde en de dood. Hij stierf in het souterrain. Zijn lijk is nooit teruggevonden en men denkt dat hij is aangezien voor een van de lijken van de communards.

Het juiste kadaver

In 1910 neemt het verhaal een andere wending. De schrijver Gaston Leroux laat zich door de legende inspireren en schrijft zijn beroemde roman Het spook van de Opera. In het voorwoord schrijft hij: ”We weten nog dat laatst, terwijl we in het souterrain van de Opera aan het graven waren om de grammofoonplaten met de stemmen van artiesten daar te begraven, de houweel van een van de arbeiders een kadaver blootlegde. Onmiddellijk had ik ook het bewijs dat dit het skelet van het Spook van de Opera was! Ik heb het eigenhandig laten toetsen bij de beheerder en het kan me niets schelen dat de kranten vertellen dat daar een slachtoffer van de commune is gevonden.”

fantome

Vreemde voorvallen

Dan gaat het verhaal de hele wereld rond. In zijn roman heeft Leroux het over een mysterieuze bewoner van het souterrain van het Palais Garnier. Maar hij heeft het verhaal niet verzonnen en heeft zich laten inspireren door onverklaarbare gebeurtenissen die men toeschreef aan de pianist Ernest.
Op 20 mei 1896, zo staat in de annalen van het Palais Garnier, komt tijdens een voorstelling van Faust van Gounod de grote kroonluchter in de zaal naar beneden en vindt een toeschouwer daarbij de dood. Volgens het verhaal zat deze toeschouwer op stoel nummer 13.

Het spook wordt verliefd

Vervolgens zou door een aantal vreemde verschijnselen de aanwezigheid van het spook steeds aannemelijker worden: een technicus sterft door ophanging, wat zelfmoord had kunnen zijn, ware het niet dat er geen touw was! Niet lang daarna wordt een danseres dood gevonden na een val van een balkon.
Maar nog gekker is dat een jonge sopraan, Christine Daaé, beweert het spook van de Opera ontmoet te hebben. Hij wordt verliefd op haar en geeft haar zangles door zich voor te doen als de Engel van de muziek. De platonische liefde van het spook weerhoudt de jonge vrouw ervan, uit angst, verliefd te worden op de burggraaf van Chagny.

Loge nummer 5
fantome1half

Loge nr. 5

De laatste bizarre anekdote: de toenmalige directie werd benaderd door iemand die 20.000 francs per maand eiste samen met de reservering van loge nummer 5… (die loge is nog altijd te vinden in de huidige Opera!)

 

 

Lees hier deel 1 over de bloeddorstige banketbakker.

Legendes van Parijs

Wat je nog niet wist van de lichtstad

De legendes van Parijs! Alleen de titel al doet je fantasie op hol slaan. De woorden hebben een geur van mysterie en geheimen. Maar welke verhalen zijn er bekend van deze stad vol romantiek? Wat anders kennen de meesten van Parijs dan de Eiffeltoren en Montmartre, en misschien de heerlijke winkels en de bijzondere parken?

Elke stad heeft zo zijn verhalen en mysterieuze plekjes, maar in Parijs maken de legendes deel uit van de charme van de stad. Ieder straatje, iedere wijk en elk monument staat bol van de folklore. In de loop van de geschiedenis werden deze mythen steeds weer gerecycled en ook vandaag de dag kunnen ze een bezoek aan de moderne stad die Parijs ook is, nog een beetje mooier maken.

Foto: Cora B.

Foto: Cora B.

De komende weken plaats ik 11 bijzondere verhalen over la belle ville de Paris! Blijf dus volgen!

1. De legende van de barbier en de banketbakker

Aan het einde van de 14e eeuw behoorden de pasteitjes van een meester banketbakker op het Île de la Cité tot de beste van de stad. Ze waren zeer verfijnd en smaakvol, maar het recept was nogal bijzonder… en met een crimineel smaakje.

2. Het ware verhaal van het spook van de Opera

Dankzij de musical van Andrew Lloyd Webber kennen we allemaal het verhaal van het spook van de Opéra Garnier (naar het boek van Gaston Leroux). Maar wat is de oorsprong van deze Parijse legende? En wie is dat beroemde spook? Loge nummer 5 bestaat nog steeds…

3. Wie is de engel van de Bastille?

“Ik zal niet dienen!” Een paar woorden waren voor God genoeg om een aantal van zijn mooiste wezens in het verderf te storten. Lucifer, de drager van het Licht, nam een derde van de engelen mee in zijn opstand. Voor hem werd de hel gemaakt. Wat gebeurde er nog meer?

4. Een nachtclub vol moordenaars

Au Lapin Agile is het oudste café chantant van Parijs. Deze herberg op Montmartre stamt uit 1860 en werd toen ook wel ‘ontmoetingsplek van dieven’ genoemd. Hij stond zelfs een tijdje bekend als het ‘moordenaarscafé’. Hoe kwam het aan die naam en welke moordenaars kwamen er?

5. Het raadsel van de metromoord

Zondag 16 mei 1937, half zeven ´s avonds. Laetitia Toureaux, een jonge fabrieksarbeidster, stapt in de metro op station Porte de Charenton, het eindstation van lijn 8. Een minuut later stappen bij het volgende station zes passagiers in. De jonge vrouw is alleen in het treinstel. Onder haar hoed is haar gezicht niet zichtbaar. Ze lijkt te slapen…

6. Een krokodil in het riool van Parijs

De rioolruimers van Parijs zijn gewend aan ratten in de riolering van de stad. Maar in 1984 hebben brandweermannen (de pompiers doen in Frankrijk bijna alles) een ontmoeting met een heel andere diersoort. Ter hoogte van de Pont Neuf ligt een krokodil van bijna een meter lang hen op te wachten, verstopt in het donker…

7. De spookstations van de Parijse metro

Wist je dat er metrostations zijn die ´spookstations´ worden genoemd? Het zijn metrostations die zijn gesloten of nooit zijn geopend… en een aantal heeft niet eens een in- of uitgang! Ontdek waar die stations zich bevinden en wat het verhaal erachter is.

Foto: Cora B.

8. De mysterieuze catacomben van Parijs

Parijzenaars weten dat hun stad een gatenkaas is, maar velen zouden het liever verbloemen. Parijs bevindt zich op zo´n 350 kilometer ondergrondse galerijen, als een enorme stad op palen. Treed binnen in de fascinerende wereld van de catacomben van Parijs.

9. De legende van de smid en de poorten van de duivel

Een boeiende legende is die van de siersmid Biscornet, die in de 13e eeuw de opdracht krijgt arabesken te maken voor de zijdeuren van de Notre Dame. Hij is jong en ambitieus, maar hij kan de klus niet aan. Hij zou zijn ziel aan de duivel hebben verkocht om het werk toch te kunnen afmaken.

10. Cour des Miracles (mijn favoriet)

In het Frans slaat de term ‘Cour des Miracles’ (‘plein der wonderen’; een vrijplaats voor het uitschot van de stad) op een unieke plek in Parijs die aan het licht is gekomen door de roman Notre Dame de Paris (bij ons beter bekend als De klokkenluider van de Notre Dame) van Victor Hugo. Hij beschreef het ‘cour des miracles’ als een pandemonium, een ‘wrat op het gezicht van Parijs’.

11. Het spook van de Tuilerieën

Aan de geschiedenis van het Palais des Tuileries kleeft de legende van ‘de kleine rode man’. Deze legende van het spook van de Tuilerieën gaat eigenlijk over Jean ‘de vilder’, een slager en uitbener, maar ook over beroemde vorsten.

Veel leesplezier de komende weken! (Als je het aandurft…)

NOUVEAU! Nieuwe woorden

Trots op de taal

De Fransen zijn altijd trots geweest op hun taal. Ze gebruiken liever ordinateur dan computer, liever courriel, courrier électronique of mél dan e-mail, liever logiciel dan software. Maar hoewel ze over het algemeen nogal behoudend zijn, zijn ze toch ook niet bang voor nieuwe woorden.
Ook in Frankrijk wordt jaarlijks een wedstrijd gehouden voor nieuwe woorden die woordenboekwaardig zijn. Dit gebeurt in maart tijdens de Week van de Franse taal.

140331 memeriser

Se mémériser

De winnaars 2014

Dit jaar zijn in de categorieën ‘senior’, ‘junior’ en ‘juryprijs’ de gekozen woorden: escargoter (komt van escargot: slak, en betekent zoiets als langzaamaan doen, de tijd nemen), se mémériser (je ouwelijk of truttig kleden; mémé betekent ‘omaatje’) en tôtif (vroeg, of aan de vroege kant; als tegenhanger van tardif: laat, verlaat, aan de late kant).

La la la

Ook hoog scoorden cordiamicalement (als beleefdheidsformule onderaan een brief wanneer je ‘cordiaal’ te formeel vindt, maar je ook niet direct ‘amicaal’ voelt; bussoter (op de bus wachten) en lalaliser (mijn persoonlijke favoriet), dat drie betekenissen kan hebben (‘la la la’ zingen als je de woorden niet kent; vaak ‘o la la’ zeggen (il m’énerve, il lalalise sans cesse – hij irriteert me met dat constante ge-olala); of iets bagatelliseren (il ne faut pas lalaliser ce problème – je moet het probleem niet ‘lalaliseren’).)

In Nederland

140331 sellotape-selfie-scotch-6__700

Plakbandselfie

Bij ons zijn er ook meerdere woorden van het jaar, maar dan via separate verkiezingen. Voor Van Dale was het woord dit jaar selfie; het Genootschap Onze Taal koos voor participatiesamenleving.
Op Facebook vind je dagelijks nieuwe woorden op Het woord van vandaag. Leden kunnen in deze (open) groep zelf opvallende, boeiende of lekker klinkende woorden plaatsen. Een greep uit de opmerkelijke woorden van de afgelopen tijd:

Psycholance (ambulance voor psychiatrische patiënten)

Neobistronomie (een nieuw type bistro als tegenhanger voor de haute cuisine)

Troeptrimmen (op een sportieve manier zwerfafval opruimen)

Wittebusjesverhalen (verhalen over kinderlokkers in witte busjes)

Plakbandselfie (met plakband je gezicht vervormen en daar een selfie van maken)

 

Op internet is http://www.woordvanvandaag.nl/ een Engelstalige site waar buitenlanders elke dag een nieuw Nederlands woord kunnen leren.