Stop met piekeren – 5 simpele tips

Piekeren doen we allemaal wel eens, maar soms, of bij sommigen, kan het danig uit de hand lopen. Het kan je leven gaan beheersen en je uiteindelijk behoorlijk somber maken. Ik ben eigenlijk nooit een piekeraar geweest, ik ben een geboren optimist. De laatste twee jaar (overgang?) word ik echter steeds vaker overmand door negatieve gedachten en dat zit me behoorlijk dwars. Ik wil geen piekeraar en zeurpiet zijn. Dat bén ik niet. Ik wil er vanaf en doe er zoveel mogelijk aan: hulp van buitenaf, zelfhulpboeken, webartikelen, enz.

Van het internet heb ik een paar aardige tips verzameld: je kunt negatieve gedachten echt een halt toeroepen, of in ieder geval temperen, voor ze uit de hand lopen.

1. Niet overdrijven

Overdrijving is je vijand. Ik las ergens dat je eens goed door je lijstje van zorgen zou moeten gaan: kijk naar extreme uitspraken en voeg daar wat nuance en realiteit aan toe. Als je bijvoorbeeld begint met na te denken over ‘niemand houdt van me’, dan eindig je misschien met iets als ‘mijn baas vindt mijn laatste verslag niet goed.’

Jenny Terasaki

Jenny Terasaki

2. Gebruik metaforen

Volgens experts werkt het: stel je eens voor dat je zorgen in een trein zitten die wegrijdt van een station. Treinen komen en gaan, maar jij hoeft niet mee te gaan. Terwijl je zorgen wegrijden van het station, kun jij focussen op het nu, in plaats je zorgen te maken voor de toekomst (die kun je niet voorspellen).

3. Plan ‘piekertijd’ in

Onhandelbare gedachten kun je beheersbaar maken door bijvoorbeeld per dag 20 ‘piekerminuten’ in te plannen. En als je merkt dat zorgwekkende gedachten op andere momenten binnensluipen, kijk dan uit dat je niet in een negatieve spiraal wordt getrokken; schrijf ze op, ‘parkeer’ ze, en kom erop terug op het moment dat je had ingepland.

4. Herhaal, maar laat het niet escaleren

Als je met de lift steeds maar weer op en neer gaat dan gaat het al gauw vervelen. Zo kun je ook omgaan met gedachten die je dwarszitten. Herhaal je angst of zorg keer op keer, als een soort omgekeerde mantra: “Ik word vast ontslagen, ik word vast ontslagen, ik word vast ontslagen…” De monotonie zorgt ervoor dat je het al snel zat wordt en op zoek gaat naar andere, prettiger, gedachten.

5. Ga de discussie aan

Jij bént niet je negatieve (of positieve) gedachten (of overtuigingen). Ga met ze in discussie. Speel de advocaat van de duivel. Klop het wel wat ik denk? Meestal niet. Natuurlijk is er altijd iemand die van je houdt zoals je bent (‘niemand houdt van me’) en je weet niet 100% zeker dat je baas je zal ontslaan, tenzij hij het letterlijk heeft gezegd. Het heeft dus weinig zin om je daar nu al zorgen over te maken.
(Dit komt van The Work van de Amerikaanse Byron Katie; op haar website vind je allerlei downloads, ook in het Nederlands, waarmee je aan het werk kunt.)

Kunst van Jenny Terasaki

Advertenties

Levensverhalen – boekenweekthema 2011

Het thema van de boekenweek (16 t/m 26 maart) dit jaar is Curriculum Vitae – Geschreven portretten, een onderwerp dat steeds populairder lijkt te worden en waarmee ook ik bezig ben. Een van mijn activiteiten, naast vertalen, is het schrijven van persoonlijke verhalen, voor personen, families of bedrijven. Op Ons Verhaal deel ik mijn eigen herinneringen en bied ik aan mensen te helpen hun verhaal op papier te zetten.

Foto's: eigen archief

Naast de interesse in andermans levensverhaal, heb ik ook in mijn eigen familie boeiende verhalen. Momenteel werk ik aan de biografie van mijn vader, een man met een bewogen vakbondsleven. Het zou mooi geweest zijn als ik dat boek dit jaar voor de boekenweek had kunnen afmaken, maar iedereen begrijpt dat een boek zich niet vanzelf schrijft. Het schrijven van een boek kost veel tijd als je in die kostbare tijd ook nog een redelijk belegde boterham wilt verdienen. En zeker als je er nog veel research voor moet doen.
Om meer tijd te kunnen steken in het onderzoek voor en het schrijven van mijn boek, zou ik eigenlijk op zoek moeten naar een sponsor (concrete tips zijn welkom); misschien is die te vinden in de wereld van de vakbond.

Een tijdje geleden ben ik begonnen me te verdiepen in de theorieën en praktijken van de biograaf. Ik heb een leuke ontmoeting gehad met Gean Ockels, die over haar vader Wubbo een boeiend boek heeft geschreven, en ik ben nog op zoek naar een mogelijkheid om contact te krijgen met Annejet van der Zijl, een van mijn favoriete biografen.

Intussen heb ik een paar goede, en minder goede, boeken gelezen, waarin ik nuttige dingen tegenkwam: heel praktische zaken zoals archieven die je kunt raadplegen en relevante websites, maar ook tips over hoe om te gaan met emotionele zaken en hoe daarvan afstand te nemen.

Boeken over het schrijven van levensverhalen:

Boeiende levensverhalen:

Zelf schreef ik twee reisverhalen, Het masker van Thanaka en het vervolg Mijn huis in Mandalay (beide over Birma/Myanmar), en een ondernemersboek voor vertalers en schrijvers Vertaler in ondernemersland.

Heb je nog goede leestips rond het boekenweekthema? Laat het even weten.

Parijse cafés, een handleiding

Of hoe je je als klant dient te gedragen.

Op de site van de Franse krant Le Monde vond ik een leuke cartoon van schrijver en illustrator Guillaume Long over de reputatie van de Parijse cafés en hoe ze met klanten omgaan (het zou trouwens ook voor aardig wat horecagelegenheden in Nederland kunnen gelden).

Cafe 1

I. De bestelling

Cafe 2“Hallo, stublieft?”
“Ja?:”
“Een…een koffie.”
“En erbij?”

“Nee, hij wil alleen koffie.”

“Euh, een kopje?”
“Wilt u alleen koffie?”
“Euh, ja ik, euh…”
“Niet?”

Wat bedoeld wordt: of je nu binnenkomt rond twaalf uur ’s middags of kwart over zeven ’s avonds, je kunt op zijn minst een biefstuk met friet bij die koffie bestellen. Er staat trouwens ‘café restaurant’ op de gevel, dus alleen koffie is wat karig.

II. De Prijs
Cafe 3“Dat is dan 2,80.”
“O, maar ik had er geen twee besteld, hoor.”
“En ik heb u er ook maar een gegeven.

“Is er een probleem?”
”Nee, het is al goed.” “Ik denk in ieder geval van wel.”

Wat bedoeld wordt: dat je hier twee keer zoveel voor de koffie betaalt als elders betekent niet dat deze koffie twee keer zo goed is. Maar je bent hier wel in Parijs, mocht je dat nog niet gemerkt hebben. En er wachten mensen buiten, dat je het maar weet.

III. De rekening (jawel!)

Cafe 4

“2,80 dus.”
“Ik…euh… drink mijn koffie niet o…”
“Jawel. 2,80.”

“Willie nie betalen?”

“Euh, ja, nee, maar… oké.”

“Ja hoor, hij betaalt wel.”
“Tenminste, ik denk het wel…”

Wat bedoeld wordt: betaal zodra je bestelling op tafel staat. Probeer niet de slimme jongen uit te hangen, want we kennen ze wel, die mensen zoals jij, die stiekem weggaan zonder te betalen.

IV. Iets extra’s

Cafe 5

“Sorry.”
“Ja?”
“Mag ik een glas water bij mijn…?”

“Wat willie?”

“Plat water of sprankelend?”
“Nee, nee, alleen…”
“O nee, laat maar.”
“Dat is er niet meer.”
“Geen kraanwater me…”
“Nee.”

Wat bedoeld wordt: reken er maar niet op dat je van de manager kraanwater cadeau krijgt. Weet je wel wat dat kost, water uit de kraan?
O, en trouwens, dat chocolaatje dat zo lekker is bij de koffie kun je ook op je buik schrijven.

V. Het vertrek
Cafe 6

“Wilt u nog iets anders?”
“Nee, ik…”
“Pas op.”

“Neemtie nog wat?”
“Neu, hij gaat ervandoor.”
“Hufter.”

“De tafel is vrij.”
‘Flats’ ‘Flats’

Wat bedoeld wordt: het wordt hoog tijd dat je gaat, zodat de tafel wat efficiënter gebruikt kan worden.