Het spook van de Tuilerieën

Dit is deel 11 en het laatste deel in een serie legendes van Parijs.

Aan de geschiedenis van het Palais des Tuileries kleeft de legende van de Rode Man van de Tuilerieën. Deze legende van het spook van de Tuilerieën komt eigenlijk van Jean ‘de vilder’, een slager en uitbener…

Van dakpannenfabriek tot paleis

Catharina de' Medici

Catharina de’ Medici

Het is 1564. Catherina de’ Medici, koningin van Frankrijk, begint aan een megalomaan project: het verbouwen van een dakpannenfabriek aan de oevers van de Seine tot een koninklijk paleis. Zodra het paleis klaar is, trekt ze erin, maar al snel krijgt ze er een enorme afkeer van en verlaat ze het om er nooit meer terug te keren. Ze beweert dat er een spook door het paleis doolde en dat het voorspeld had dat ze zou sterven in de buurt van Saint-Germain. De duivelse geest van de dakpannenfabriek droeg als kostuum… een bloedrood pak!

In opdracht vermoord

Deze spooklegende is in werkelijkheid ontstaan door het verhaal van Jean ‘de vilder’, een slager en uitbener die leefde in de tijd van Catherina de’ Medici en werkzaam was in een abattoir vlakbij het paleis. Een zekere Neuville zou hem de keel hebben doorgesneden in opdracht van Catherina de’ Medici en met als reden dat hij een aantal koninklijke geheimen kende. Op het moment dat hij stierf, bezwoer hij Neuville dat hij zou terugkeren uit het dodenrijk. Kort daarna al kwam hij zijn belofte na… toen Neuville terugkwam om aan de koningin verslag uit te brengen van zijn geslaagde missie, voelde hij achter zich een aanwezigheid. Hij draaide zich om en zag tot zijn afgrijzen Jean achter zich staan, badend in zijn eigen bloed.

Voorspellingen

Het spook zou de astroloog van Catherina de’ Medici gewaarschuwd hebben voor het dreigende gevaar dat op de loer lag: “De bouw van de Tuilerieën zal haar val betekenen, ze zal sterven”. De Rode Man bleef de koningin ’s nachts bezoeken tot aan haar dood op 5 januari 1589 in Blois. Vanaf die tijd en door de eeuwen heen wordt het spook van de Tuilerieën de schrik van het Palais des Tuileries; iedereen aan wie hij verschijnt, kondigt hij een tragedie aan.

Marie Antoinette

Marie Antoinette

Marie Antoinette

Zoals in juli 1792, toen hij verscheen voor koningin Marie Antoinette, kort voordat de monarchie zou vallen. Volgens de legende zou Marie Antoinette zelfs nog aan de graaf van Saint-Germain, toen een magiër, gevraagd hebben haar te beschermen tegen het spook van de Tuilerieën. Maar de magische formules hielpen niet, het spook was bij haar tot aan haar terdoodveroordeling in 1793.

Napoleon

Later, in 1815, verschijnt hij aan Napoleon I, een paar weken voor de slag bij Waterloo. En ten slotte verschijnt hij in 1824 nog aan Lodewijk XVIII en aan diens broer de graaf van Artois, een paar dagen voor de dood van Lodewijk. De voorspellingen van de Rode Man waren onverbiddelijk.

Verdwenen in de vlammen

Het laatste hoofdstuk van deze legende vindt plaats op 23 mei 1871… tijdens de opstand van de communards in Parijs. Het Palais des Tuileries was toen drie dagen achter elkaar in brand gestoken. Het complete gebouw werd in de as gelegd. De gestalte van de Rode Man werd door verschillende getuigen gezien voordat hij voor altijd in de vlammen verdween.

Verwoest Paleis - eind 19e eeuw

Verwoest Paleis – eind 19e eeuw

Lees ook de andere Parijse legendes: deel 1 over de bloeddorstige banketbakker, deel 2 over het Spook van de Opera, deel 3 over de Engel van de Bastille, deel 4 over Le Lapin Agile, deel 5 over de metromoord, deel 6 over een krokodil in het riool, deel 7 over de spookstations van de Parijse metro, deel 8 over de catacomben, deel 9 over de poorten van de duivel en deel 10 over La Cour des Miracles.

Advertenties

De legende van de poorten van de duivel

Dit is deel 9 in een serie legendes van Parijs.

 

Notre Dame in de Middeleeuwen

Notre Dame in de Middeleeuwen

Notre Dame de Paris

Een boeiende legende is die van de siersmid Biscornet, die in de 13 eeuw de opdracht krijgt de arabesken te maken voor de zijdeuren van de Notre Dame. Hij is jong en ambitieus, maar hij kan de klus niet aan.

Een pact met de duivel

Er wordt verteld dat hij zijn ziel aan de duivel verkocht om het werk te kunnen afmaken. Satan liet hem weten: “Als je een pact met me wilt sluiten, dan beloof ik je dat je de beste slotenmaker wordt en dat je alle klussen kunt aannemen die je wilt”.

Dichte deuren

Na dagen eraan te hebben gewerkt, valt Biscornet in slaap boven zijn voltooide, en opmerkelijk bekwame, werk. Helaas, de dag van de inhuldiging weigeren de poorten open te gaan. Met veel moeite en met wijwater lukte het toch om de poorten open te krijgen, en Biscornet werd verlost van zijn belofte aan de duivel.

Restauratie 19e eeuw

Toen architect Eugène Viollet-Le-Duc in 1843 met de restauratie van de Notre Dame begon, was ook hij verbaasd over de pracht en de kwaliteit van het werk van Biscornet. We weten ook nu nog hoe moeilijk dit type smeedwerk te maken is en welke problemen je hierbij tegenkomt. Zelfs met de hedendaagse kennis en technieken is een dergelijk smeedwerk nog een tour de force.

Vakmanschap is meesterschap

Vakmanschap is meesterschap

Een onmogelijk meesterwerk

Begrijpelijk is dan ook de verwondering die het ijzerbeslag van Biscornet kon oproepen in de 13e eeuw, een tijd waarin het religieuze vuur overal goed brandde. Er werd dus als snel gedacht dat dit het werk van de Duivel moest zijn, want dit leek een onmogelijke klus voor een gewone sterveling. Je kunt je afvragen waarom dat ijzerwerk dan toch bewaard is gebleven.

Lees ook de andere Parijse legendes: deel 1 over de bloeddorstige banketbakker, deel 2 over het Spook van de Opera, deel 3 over de Engel van de Bastille, deel 4 over Le Lapin Agile, deel 5 over de metromoord, deel 6 over een krokodil in het riool, deel 7 over de spookstations van de Parijse metro en deel 8 over de catacomben.

Het mysterie van de catacomben

Dit is deel 8 van een serie legendes van Parijs.

Catacomben…

Ondergronds

Ondergronds

Het woord alleen al maakt nieuwsgierig of geeft je misschien zelfs koude rillingen. De catacomben zijn omgeven door een sfeer van mysterie, knekels en hersenschimmen. Maar wat weten we ervan?
Parijzenaars weten dat hun stad een gatenkaas is, maar velen zouden het liever verbloemen. Parijs bevindt zich bovenop zo´n 350 kilometer ondergrondse galerijen, als een enorme stad op palen.

De cata’s

Dit enorme labyrint wordt ook wel – heel poëtisch, maar onterecht – de catacomben genoemd en strekt zich uit onder een groot deel van de linkeroever (Rive Gauche: van Odéon tot het Parc Montsouris) en een deel van de rechteroever (Rive Droite: Montmartre, Belleville en Ménilmontant). Pak je zaklantaren en volg de gids: we maken een ‘historisch’ tochtje door de ‘cata’s’!

Bezocht door koningen

Vanaf het moment dat ze werden aangelegd, vormen de Catacomben van Parijs een bron van nieuwsgierigheid. We weten zelfs dat Karel X er in 1787 afdaalde in gezelschap van zijn hofdames. En in 1860 gaat Napoleon III naar beneden met zijn zoon!

Steengroeven

Maar wat is de oorsprong van dit netwerk van ondergrondse galerijen? Het antwoord is simpel: steen. Sinds de Gallo-Romeinse tijd hebben de Parijzenaars het materiaal voor hun huizen uit de grond gehaald. De catacomben van Parijs zijn niet minder dan een deel van de vroegere steengroeven die zich uitstrekten over een groot deel van de (ondergrondse) stad.

Kerkhof

Macaber

Macaber

Maar de naam catacomben is in het geval van Parijs niet terecht. In werkelijkheid gaat het namelijk om meer dan een knekelhuis. Jawel, hier liggen de beenderen van 6 miljoen mensen afkomstig van de sinds 1786 geruimde Parijse begraafplaatsen en van graven uit kerken.

Mei 1968

Tegenwoordig kan iedereen een bezoek brengen aan de ‘officiële’ catacomben bij Denfert-Rochereau. Maar dat is slechts een klein deel van de 350 km aan galerijen verborgen onder de stad… en daar begint het avontuur. De catacomben verhullen een complete parallelle wereld. Voor velen zijn ze een Parijse fantasie; zeker sinds de jaren 70 toen de ‘cata-gekte’ zijn hoogtepunt bereikte. In 1968 maakten studenten er overigens gebruik van om de ME te ontlopen, en je verschuilen in de catacomben werd bijna een gewoonte, net zo gevaarlijk als verboden.

Cultstatus

Sinds de jaren 80 hebben de catacomben een soort cultstatus gekregen en is er zelfs een kunstvorm ontstaan: inrichting en decoratie van zalen, beeldhouwwerken (er zijn zelfs miniatuursteden uitgehakt uit de rotsen), grafische voorstellingen en fresco’s. Maar de toename van het aantal bezoekers heeft zijn keerzijde. Zo kreeg de politie klachten dat cata-liefhebbers (catafielen) in de catacomben zijn lastiggevallen.

Gewone mensen

De Inspection Générale des Carrières (Inspectiedienst van de steengroeven) grijpt naar drastischer middelen. In 1981 infiltreert de inlichtendienst een groep cata-gekken om ze beter te leren kennen. Men komt erachter dat het niet gaat om een bende of een sekte. Er zijn geen zwarte missen, er is geen drugshandel. Het zijn niet meer dan een paar ‘cata-fanatici’ met een passie voor een miskend erfgoed.

Het rijk der doden

Het rijk der doden

Cata-gekte

Om problemen te voorkomen, worden de galerijen vanaf de jaren 90 door de politie geblokkeerd. De cata-gekken, waarvan er eind jaren 70 zo’n duizenden zijn, zijn begin jaren 90 nog slechts met een man of 300. Maar het zijn hartstochtelijke aanhangers. Je moet wel een beetje gek zijn om de ME, ongelukken, nare ontmoetingen en rattenziekte te omzeilen.

Een pittige tocht

Het interessantste deel van de catacomben bevindt zich vandaag de dag onder het 14e en een deel van het 13e arrondissement. Maar helaas, het is niet iedereen gegeven om af te dalen in de ‘onofficiële’ catacomben: je moet honderden meters lang gebukt lopen met een zaklantaren. Je moet door nauwelijks begaanbare kruipgaten kronkelen en je een weg banen door overstroomde galerijen waar het water soms tot aan je middel komt… echt geen lolletje.

Dieper dan de metro

Je bevind je zo’n 20 meter onder de grond, dieper nog dan de metro en de riolering. Het is er een graad of 12 en muisstil. Het is een compleet andere wereld. Je stuit er op oude schuilkelders, Duitse bunkers, knekelhuizen en bronnen… Bepaalde ruimtes zijn al twee eeuwen oud, zoals het graf van Philibert Aspairt, de portier van het Val-de-Grâce ziekenhuis, die in 1793 de weg kwijtraakte in het onderaardse.

 

Feestlocatie

Tot de bijzondere ruimtes behoort ook Zaal Z met zijn welgevormde en verstevigde gewelven, geïnspireerd op de Romaanse kunst. Zaal Z is een favoriete feestlocatie van de cata-gekken. Een naam die ook vaak terugkomt is ‘het strand’. Dit is een ruimte die pas een jaar of twintig geleden is aangelegd en waar zand op de grond ligt. En ten slotte kan men niet afdalen in de cata’s zonder een bezoek te brengen aan ‘het kasteel’. Deze enorme ruimte is versierd met waterspuwers en er staat een ronde tafel met banken eromheen. Er is een miniatuur fort gebeeldhouwd en in het midden hangt een ijzeren kroonluchter.

Kruip-door-sluip-door

Kruip-door-sluip-door

Een bezoek aan de catacomben is geen bezoek aan het park. Je hebt een paar oriëntatiepunten nodig om er weer uit te komen… en levend, graag! Om de catacomben te bezoeken, moet je rekening houden met een wachttijd: er kunnen slechts 200 bezoekers tegelijk naar beneden.

 

Lees ook de andere Parijse legendes: deel 1 over de bloeddorstige banketbakker, deel 2 over het Spook van de Opera, deel 3 over de Engel van de Bastille, deel 4 over Le Lapin Agile, deel 5 over de metromoord, deel 6 over een krokodil in het riool en deel 7 over de spookstations van de Parijse metro.

 

Legendes van Parijs

Wat je nog niet wist van de lichtstad

De legendes van Parijs! Alleen de titel al doet je fantasie op hol slaan. De woorden hebben een geur van mysterie en geheimen. Maar welke verhalen zijn er bekend van deze stad vol romantiek? Wat anders kennen de meesten van Parijs dan de Eiffeltoren en Montmartre, en misschien de heerlijke winkels en de bijzondere parken?

Elke stad heeft zo zijn verhalen en mysterieuze plekjes, maar in Parijs maken de legendes deel uit van de charme van de stad. Ieder straatje, iedere wijk en elk monument staat bol van de folklore. In de loop van de geschiedenis werden deze mythen steeds weer gerecycled en ook vandaag de dag kunnen ze een bezoek aan de moderne stad die Parijs ook is, nog een beetje mooier maken.

Foto: Cora B.

Foto: Cora B.

De komende weken plaats ik 11 bijzondere verhalen over la belle ville de Paris! Blijf dus volgen!

1. De legende van de barbier en de banketbakker

Aan het einde van de 14e eeuw behoorden de pasteitjes van een meester banketbakker op het Île de la Cité tot de beste van de stad. Ze waren zeer verfijnd en smaakvol, maar het recept was nogal bijzonder… en met een crimineel smaakje.

2. Het ware verhaal van het spook van de Opera

Dankzij de musical van Andrew Lloyd Webber kennen we allemaal het verhaal van het spook van de Opéra Garnier (naar het boek van Gaston Leroux). Maar wat is de oorsprong van deze Parijse legende? En wie is dat beroemde spook? Loge nummer 5 bestaat nog steeds…

3. Wie is de engel van de Bastille?

“Ik zal niet dienen!” Een paar woorden waren voor God genoeg om een aantal van zijn mooiste wezens in het verderf te storten. Lucifer, de drager van het Licht, nam een derde van de engelen mee in zijn opstand. Voor hem werd de hel gemaakt. Wat gebeurde er nog meer?

4. Een nachtclub vol moordenaars

Au Lapin Agile is het oudste café chantant van Parijs. Deze herberg op Montmartre stamt uit 1860 en werd toen ook wel ‘ontmoetingsplek van dieven’ genoemd. Hij stond zelfs een tijdje bekend als het ‘moordenaarscafé’. Hoe kwam het aan die naam en welke moordenaars kwamen er?

5. Het raadsel van de metromoord

Zondag 16 mei 1937, half zeven ´s avonds. Laetitia Toureaux, een jonge fabrieksarbeidster, stapt in de metro op station Porte de Charenton, het eindstation van lijn 8. Een minuut later stappen bij het volgende station zes passagiers in. De jonge vrouw is alleen in het treinstel. Onder haar hoed is haar gezicht niet zichtbaar. Ze lijkt te slapen…

6. Een krokodil in het riool van Parijs

De rioolruimers van Parijs zijn gewend aan ratten in de riolering van de stad. Maar in 1984 hebben brandweermannen (de pompiers doen in Frankrijk bijna alles) een ontmoeting met een heel andere diersoort. Ter hoogte van de Pont Neuf ligt een krokodil van bijna een meter lang hen op te wachten, verstopt in het donker…

7. De spookstations van de Parijse metro

Wist je dat er metrostations zijn die ´spookstations´ worden genoemd? Het zijn metrostations die zijn gesloten of nooit zijn geopend… en een aantal heeft niet eens een in- of uitgang! Ontdek waar die stations zich bevinden en wat het verhaal erachter is.

Foto: Cora B.

8. De mysterieuze catacomben van Parijs

Parijzenaars weten dat hun stad een gatenkaas is, maar velen zouden het liever verbloemen. Parijs bevindt zich op zo´n 350 kilometer ondergrondse galerijen, als een enorme stad op palen. Treed binnen in de fascinerende wereld van de catacomben van Parijs.

9. De legende van de smid en de poorten van de duivel

Een boeiende legende is die van de siersmid Biscornet, die in de 13e eeuw de opdracht krijgt arabesken te maken voor de zijdeuren van de Notre Dame. Hij is jong en ambitieus, maar hij kan de klus niet aan. Hij zou zijn ziel aan de duivel hebben verkocht om het werk toch te kunnen afmaken.

10. Cour des Miracles (mijn favoriet)

In het Frans slaat de term ‘Cour des Miracles’ (‘plein der wonderen’; een vrijplaats voor het uitschot van de stad) op een unieke plek in Parijs die aan het licht is gekomen door de roman Notre Dame de Paris (bij ons beter bekend als De klokkenluider van de Notre Dame) van Victor Hugo. Hij beschreef het ‘cour des miracles’ als een pandemonium, een ‘wrat op het gezicht van Parijs’.

11. Het spook van de Tuilerieën

Aan de geschiedenis van het Palais des Tuileries kleeft de legende van ‘de kleine rode man’. Deze legende van het spook van de Tuilerieën gaat eigenlijk over Jean ‘de vilder’, een slager en uitbener, maar ook over beroemde vorsten.

Veel leesplezier de komende weken! (Als je het aandurft…)

Wie ben ik? Een zoektocht naar identiteit

jezelf-zijnIk ben een tijdje op zoek geweest naar mezelf. Schrik niet, ik dook niet meteen in de zelfhulpboeken. En geld om te gaan mediteren in Nepal had ik niet. Maar ik voelde me versnipperd en kleurloos. Ik was mijn identiteit kwijt. Mijn bedrijfsidentiteit, om precies te zijn.

Een poos wist ik niet goed hoe ik het merk Cora Bastiaansen moest verkopen. Een veelzijdig merk. Waarop wilde ik me richten? Boekjes gelezen over Marketing en Personal Branding, een blog gevolgd via RSS en wat workshops bijgewoond en gesprekken gevoerd met experts.

Een nieuwe huisstijl zou vast uitkomst bieden en een duw in de goede richting geven. De bedrijfsnaam had ik eerder al veranderd van Bastiaansen Teksten & Taken (onduidelijk en lastig voor mijn buitenlandse klanten) in Bastiaansen Language Support.

Een eerste ontwerp voor een nieuw logo bevatte zwart en het paars van de look waar ik ooit mee was gestart. Daar werd ik een beetje somber van. Met een kleine aanpassing dachten ontwerper en ik het gevonden te hebben, maar na er een paar maanden op gekauwd te hebben, bleek ik daar toch ook niet gelukkig van te worden. Er zat geen verhaal achter. Ik kon het niet uitleggen… Ik was het niet. Het was niet mij.be different

Ik wist inmiddels wel dat ik meer kleur wilde, maar nog niet welke en hoe. Ook vond ik het initiële idee van ontwerper Caspar heel goed: het visitekaartje als boekenlegger, dat paste bij me en was anders.
Een ontmoeting tijdens een netwerkbijeenkomst zette me op een ander pad en met de tip van een designer wendde ik me weer aarzelend tot die van mij. Ik vond het moeilijk om te zeggen dat ik nog niet tevreden was, maar hij was blij met mijn eerlijkheid en ging weer aan het werk. En met een resultaat dat bij een aantal proefkonijnen veel lof oogstte en waar ik, hoe langer ik ernaar keek, steeds blijer van werd. Het heeft alles wat bij mij past: kleur, warme rondingen (het eerste ontwerp was hard en puntig), schakels, en de C van Cora, van Connecting, van Communiceren…

Visitekaartje_msV

Met dank dus aan Damien Bird en vooral Caspar ten Berge voor de hulp bij het vinden van mijn nieuwe identiteit.

En kijk meteen hoe al mijn communicatie nu weer straalt:

Ook ervaringen met personal branding of design? Ik hoor ze graag.

Alleen is maar alleen

Samenwerken als zzp’er.

Misschien heb je al eens samengewerkt met een collega-ondernemer of denk je erover na. Of je hebt het al eens overwogen, maar durfde het niet aan; je wist niet hoe je het moest aanpakken.

Hier zijn een paar basisrichtlijnen om je op weg te helpen:

Kies de juiste partner.
Wanneer je iemand kiest om mee samen te werken, kijk dan niet alleen naar zijn of haar vaardigheden (vakkundigheid), maar ook naar integriteit. Probeer erachter te komen of de persoon betrouwbaar en eerlijk is. Bij voorkeur met dezelfde werkethiek als je zelf hanteert. Vergeet niet dat de klant jouw naam zal koppelen aan die van hem/haar.

Partnerkeuze Alliance experts Hoe kiezen ondernemers hun zakelijke partner? (Bron: Alliance Experts)

Zorg voor een goede taakverdeling.
Wanneer je samenwerkt, leg dan vast wie welke verantwoordelijkheden heeft. Het zou jammer zijn als je er aan het eind van een project achter komt dat je beiden dezelfde taken hebt verricht, en andere taken niet zijn gedaan.

Vraag een VAR aan.
Als alle partners een VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) hebben van de belastingdienst, dan kan er geen onduidelijkheid bestaan over het regelmatig inhuren van elkaar als zakenpartner.

Durf te praten over geld.
Als je samenwerkt zullen de financiële zaken zeker een keer ter sprake (moeten) komen. Zet de antwoorden op eventuele vragen vooraf op schrift. En stel eventueel een schriftelijke overeenkomst op waarin je bepaalt hoe elk van de partners wordt betaald.

Wie gaat er met de eer strijken?
Als er met het project iets extra’s te ‘verdienen’ valt, zoals een aanbeveling van de klant of een vermelding van het project in je portfolio, bespreek dan van tevoren wie daar gebruik van mag maken of hoe je het verdeelt.

Mandje ruilen
Eerlijk verdelen…

Wees flexibel.
Een belangrijk aspect van samenwerken is flexibiliteit. Als je projectplanning het toelaat, houd dan ook rekening met de planning van je partner. Zo is bijvoorbeeld de een een ochtendmens en de ander een avondmens (wat ook een voordeel kan zijn, omdat je dan meer uren aan je project kunt werken). Spreek dan af dat je ’s middags overleg hebt.

Eerlijk duurt het langst.
Wanneer je met iemand samenwerkt, en vooral wanneer je de ander ook bewondert, kun je indruk willen maken op elkaar. Laat dit niet van invloed zijn op je project. Als je hulp nodig hebt, vraag er dan om.

Sta open voor kritiek.
Een van de mooie dingen van samenwerking is dat je feedback krijgt van een andere professional, waar je van kunt leren. Als je die feedback krijgt, ga daar dan sportief mee om, ook als je het er niet mee eens bent. Sluit compromissen als dat nodig is.

Ten slotte nog drie tips:

Tip 1. Als je de samenwerking juridisch verder wilt doorvoeren dan met alleen een contract, dan kun je kiezen voor een vof, een maatschap of zelfs een coöperatie of bv. Kort gezegd hangt dat af van de grootte van het risico dat je loopt en het aantal klanten dat je samen hebt.

Tip 2. Vraag advies bij de Kamer van Koophandel of een juridisch adviesbureau of, nee ook: bij ervaringsdeskundigen. Zoek ondernemers die al samenwerken of dat hebben gedaan en vraag om hun do’s en don’ts.

Tip 3. Een praktische: bij samenwerking op afstand is het handig om gebruik te maken van een digitale werkomgeving, waarvan veel voorbeelden te vinden zijn op internet, zoals Zoho, BaseCamp, Conceptboard of specifiek samen schrijven met TypeWithMe.

Meer tips zijn hier natuurlijk welkom. Veel plezier samen!