Jeugdliefde

Frans leren
Aan mijn schoolrapporten is te zien dat ik toen al beter was in taal dan in de exacte vakken. Vooral Engels en Frans gingen goed, en hoewel de leraren niet altijd even inspirerend waren, vond ik het de leukste vakken. Voor een schoolmeisje als ik waren de chansons van Barbara en Brel nog iets te hoog gegrepen, maar op een dag kwam er een zanger voorbij die het leven een beetje makkelijker en veel leuker maakte: Gérard Lenorman. Ik ploos zijn teksten uit en woorden die ik in de boeken niet kon vinden (‘internet’ was al helemaal nog niet bekend) nam ik mee naar school, ervan overtuigd dat meneer De Groot er wel raad mee wist. Meneer De Groot was geen monsieur Le Grand en wist dan ook niet overal een antwoord op. Zo associeerde hij het prachtige woord ‘funambule’ – de titel van een van Gérards liedjes – met een begrafenis (funerailles), terwijl ik later ontdekte dat het om een koorddanser ging. Ik bleef me dus storten op de teksten van Gérard en ging steeds meer van zijn liedjes houden, en van hem.

Verliefd op de liefde
In die tijd was ik vaak verliefd en kon een warme glimlach van elke bruinogige knul met donkere krullen mij danig in vervoering brengen. En Gérard had zo’n glimlach, hij had de bruine ogen, én de donkere krullen. Bovendien had hij een fijne stem vol emotie en kon hij het leven prachtig onder woorden brengen. En in het Frans. Ik was dus verkocht.

Ik zocht in de Popfoto, Muziek Express en zelfs de Belgische Joepie naar alles wat er over hem werd gepubliceerd, en na zijn eerste hit in Nederland, La ballade des gens heureux, werd dat alleen maar meer. Toen mijn plakboeken steeds voller werden, ging ik eens kijken of ik lid kon worden van een fanclub. Tot mijn verbazing bleek die er niet te zijn. Ik was ook toen al snel enthousiast te krijgen voor allerlei nieuwe projecten en dacht: “Ik richt hem zelf op.” Maar waar begin je?

Een telefoontje naar platenmaatschappij CBS bracht me in contact met een aantal verwarde gesprekspartners. Tja, kon dat zo maar? Was er niet al een fanclub in Frankrijk? Ze bleven met vragen achter, maar zouden me terugbellen. CBS ontdekte dat er ook in Gérards eigen land geen fanclub was, omdat hij dat zelf niet wilde. Ik zag mijn wens in rook opgaan, maar ik kreeg het telefoonnummer van zijn kantoor in Parijs en mocht zelf gaan lobbyen voor een Nederlandse club. In mijn allerbeste maar allerzenuwachtigste Frans vroeg ik permissie bij de secretaresse, die me beloofde dat ze het Gérard persoonlijk zou vragen. Niet lang daarna had ik toestemming. Het avontuur kon beginnen!

Gehaast idool
Het werd mijn eerste journalistieke ervaring. Ik moest leden werven, een blaadje maken, informatie verzamelen, en eventueel vertalen uit het Frans (ja, toen al!). Ik meldde me aan bij dezelfde blaadjes waarin ik altijd naar nieuwtjes zocht en kreeg een kleine advertentie in o.a. Popfoto en Joepie, maar ook in bladen als Story en Libelle. En de reacties volgden snel. In korte tijd had ik een groepje van zo’n vijftien leden (waaronder slechts één man) en organiseerde ik bij mij thuis de eerste fanclubdag. Wat fijn om zo veel lotgenoten te ontmoeten. En wat fijn dat mijn moeder (zoals vaak) de perfecte gastvrouw was!

Het was een heerlijke tijd. We kwamen af en toe bij elkaar. Ik kreeg de concertagenda van zijn secretaresse toegestuurd en de harde kern van de club ging zo veel mogelijk naar zijn concerten, waar we natuurlijk altijd hoopten op een momentje backstage en een ontmoeting met ons idool. Dat gebeurde ook, maar Gérard had altijd haast en het bleef vaak bij een handtekening en ‘une bise’; voor een echt gesprek met de clubleiding had hij nooit tijd. Een keer, in 1980, na zijn optreden in een show van Richard Clayderman (van Ballade pour Adéline, wie kent het nog?) die in Amsterdam werd opgenomen, nam hij even de tijd om wat met ons te babbelen en op de foto te gaan. Wat een ervaring!

1980 aug Cora en Gerard2

Volwassen worden
Ja, hij was mijn jeugdidool en ik was af en toe misschien een beetje hysterisch, maar ik leerde hem, door alles wat ik over hem te weten kwam, ook echt beter kennen. De liefde van een tienermeisje voor haar idool leek langzaam een soort (eenzijdige, dat wel) vriendschap op afstand te worden. Tot ik een andere Fransman ontmoette.

Mijn tweede (!) grote liefde stond achter de bar van een Parijs hotel waar ik een weekje verbleef. Met hem trouwde ik, en we hadden besloten dat ik naar de stad van de liefde zou komen om met hem een echt Frans leven te gaan delen. Dat veranderde natuurlijk ook mijn ‘relatie’ met Gérard en met de fanclub. Intussen had ik iemand gevonden die de club samen met mij runde en zij wilde het boeltje wel overnemen als ik naar Frankrijk vertrok. We spraken af dat ik de ‘correspondent in Frankrijk’ zou worden, daar op zoek zou gaan naar roddels en nieuwtjes en die eventueel ook, zo goed en zo kwaad als dat toen ging, zou vertalen. Echter, na enige tijd kreeg ik van haar het ‘vriendelijke’ verzoek om mijn contributie te betalen en heb ik, boos en verontwaardigd, het contact met de fanclub verbroken.

Ik ging nog een paar keer op 9 februari naar Gérards kantoor in de Rue de Bassano om een verjaardagsbloemetje te brengen en even met secretaresse Élisabeth te kletsen, maar ik leefde verder mijn soms drukke, dan weer rustige Franse leven. Gérard was er nog wel, regelmatig te zien op de Franse televisie bij shows van Patrick Sébastien of Michel Drucker, maar hij speelde in mijn leven geen hoofdrol meer. Hij ebde nog verder weg toen ik na mijn scheiding terugkeerde naar Nederland en ik van de verdeelde boedel niet veel meer overhield dan de lp’s met zijn liedjes. En toen de pick-up verdween, kwamen die ergens op zolder terecht, samen met de herinneringen.

Op de radio
Vorige week maandag, midden in een redactievergadering van het krantje waarvoor ik nu af en toe artikelen schrijf, werd ik gebeld door omroep Max. Gérard Lenorman kwam naar Nederland om zijn eenmalige concert van 17 november te promoten. Hij zou optreden in de Tineke (de Nooij) Show en ‘of ik daarbij wilde zijn’. Dat was even schrikken… Ik had het druk met mijn vertaalwerk en zat erg dicht bij een deadline, maar dat moest wijken. Desnoods ‘s nachts doorwerken. Ik ging! Of ik hem ook echt te spreken zou krijgen wist ik niet. Er werd me niet veel verteld.

Kort voor ik de volgende dag op het punt stond de trein te nemen, belde de redactie van Max om te zeggen dat de plannen waren gewijzigd. Opnieuw schrikken… Was ik dolblij gemaakt met een dode mus? Hij zou niet langer optreden bij de Tineke Show. Het nieuwe plan: later die middag zou hij voor een ander radioprogramma worden geïnterviewd en voorafgaand konden ze misschien wel een ontmoeting regelen. De spanning steeg, de hartkloppingen stegen mee.

Onderweg naar Hilversum werd ik in de trein opnieuw gebeld door omroep Max. Een redactrice van de Tineke Show vroeg me of de presentatrice mij wat vragen mocht stellen over wat ik met Gérard Lenorman had. “Blijf je even aan de lijn? Ik verbind je door met Tineke.” Een paar seconden later hoorde ik Tineke een plaat van Rob de Nijs afkondigen… Verrek! Ik was gewoon live in de uitzending… Ik vertelde op de radio mijn verhaal over hoe ik met Gérard Frans leerde, over de fanclub en over de komende ontmoeting; zonder hapering.

Hereniging
Na een gastvrije ontvangst met een kop koffie en een lunch startten we, twee even nerveuze redactrices en ik, de zoektocht naar Gérard. We vonden hem in een kleedkamer met feloranje muren en ‘kunstwerken’ met afbeeldingen van geluidsapparatuur. Vanaf de gang hoorde ik hem praten en gek genoeg werd ik niet nog zenuwachtiger, maar maakte zijn vertrouwde hese stem mij iets rustiger. Ik had de avond ervoor natuurlijk wakker gelegen en een gesprek steeds opnieuw door mijn hoofd laten gaan, wetend dat dat zinloos was. Maar wat als ik nu ineens niet meer weet hoe ik Frans moet spreken? Wat als ik een black-out krijg? Ik liep de ruimte in. We keken elkaar aan.
Weet je nog wie ik ben?” vroeg ik in correct Frans, precies zoals ik het geoefend had.
Mijn gezicht kwam hem bekend voor. “Ik heb een goed geheugen voor gezichten.”
We zoenden elkaar op de wangen en ik omhelsde hem stevig. Later vroeg ik me af of dit niet te vrijpostig was geweest, maar pech, dit was wat ik voelde. De hernieuwde ontmoeting met een dierbare vriend…
Toen ik vertelde over de fanclub, herinnerde hij zich hoe we met de hele club om hem heen stonden.
Mijn moeder was er ook bij,” zei ik, ook om dit later aan haar te kunnen vertellen; zo was ze er ook nu weer een beetje bij.
Hij wist het nog. Er is nu geen fanclub meer, Gérard vindt het niet meer van deze tijd. Via Facebook en andere sociale media blijven fans voldoende op de hoogte.
Even haalden we herinneringen op aan die tijd, en het overige half uur spraken we over gezond blijven, over honden en andere banale dingen waar oude vrienden samen over praten.

IMG_8785_Fotor-crop

Advertenties

Een club voor moordenaars

Dit is deel 4 in een serie legendes van Parijs.

Au Lapin Agile is het oudste café chantant van Parijs. Deze herberg in Montmartre (of eigenlijk ‘op’ Montmartre, want het is een heuvel) stamt uit 1860 en werd toen ook wel “Ontmoetingsplek van dieven” genoemd. Het stond zelfs een tijdje bekend als het ‘moordenaarscafé’.

Au Lapin Agile

Au Lapin Agile

Vandaag de dag is het nauwelijks veranderd, er is zelfs geen likje verf aangebracht over de oude patina van de door kachelrook zwartgeblakerde muren en daarom is het juist zo geliefd! Au Lapin Agile is zo’n beetje voor het café chantant wat Idols is voor de televisie. Een aanlokkelijk patchwork van jonge zangers die oude Franse chansons bewerken. De muzikale kwaliteit is authentiek en houdt de geest van het oude café chantant levend, met bovendien een vleugje humor in de liedjes. Hier hangt een gelukzalig sfeertje, een olijke, oprechte ambiance… hoewel niet al te jong meer! Een show duurt er ongeveer vier uur en met een glas sangria in de hand kun je zo maar midden in een feestje belanden! Wat een avond!

Maar hoewel de show de moeite waard is, is het vooral de ziel en de geschiedenis van dit ‘krot’ die fascinerend zijn. Beroemde artiesten waren vaste gast, zoals Picasso, die zijn maaltijd ooit betaalde met een van zijn Harlekijns; en de schrijvers Guy de Maupassant en Guillaume Apollinaire, of meer recentelijk de zangers Georges Brassens (die hier voor het eerst zong) en Claude Nougaro! Au Lapin Agile is een van de oudste ‘cabarets’ van Parijs en is alive and kicking.

Wat de geschiedenis betreft: in 1869 krijgt het café de naam ‘moordenaarscafé’, omdat aan de muur portretten hangen van beruchte moordenaars als François Ravaillac, de moordenaar van de Franse koning Hendrik IV, en massamoordenaar Jean-Baptiste Troppmann.
Tegenwoordig heet het Au Lapin Agile, omdat in 1880 de toenmalige eigenaar de karikaturist André Gill, ook een stamgast, opdracht gaf tot het maken van een uithangbord; Gill schildert een konijn met een jas aan die net is ontsnapt aan de kookpot waar hij in zou belanden. Het café krijgt dan in de volksmond de naam ‘lapin à Gill’ (het konijn van Gill), dat al gauw ‘Lapin Agile’ (het behendige konijn) wordt. Het konijn op het bord zou trouwens een zelfportret zijn van de karikaturist, die deel uitmaakte van de Commune, maar erin slaagde te ontsnappen aan de repressie die erop volgde.

Coucher de soleil sur l'Adriatique

Coucher de soleil sur l’Adriatique

Hier is ook de meest opzienbarende grap uit die tijd uitgehaald. Op een dag exposeerde de schilder ‘Boronali’ zijn abstracte schilderij ‘Coucher de soleil sur l’Adriatique’ op de Salon des Indépendants en de recensies waren lovend! In werkelijkheid ging het om een werk van Lolo, de ezel van Au Lapin Agile, bij wie een penseel aan de staart was vastgemaakt. Het schilderij werd verkocht aan een verzamelaar voor maar liefst 500 francs! De gelegenheidsschilder en de ezel werden ontmaskerd en onder de snobs werd er schande van gesproken!

Om te eindigen met de plek… dat is het enige spijtige eraan. Op deze plek, die het centrum is geworden van het wereldtoerisme, komen lieden van diverse allooi, die logischerwijs niet altijd erg gevoelig zijn voor chansons met mooie teksten, wat de sfeer van het café chantant niet ten goede komt. Dit gezegd hebbende, vraagt het een bravourestuk en een uitstekend optreden van de artiesten! Ga er dus vooral heen en let niet teveel op de entourage!

Lees hier deel 1 over de bloeddorstige banketbakker, deel 2 over het Spook van de Opera of deel 3 over de Engel van de Bastille.