Het spook van de Opera

Dit is deel 2 in een serie legendes van Parijs

Wie was nu echt het spook van de Opera?
De Opéra toen en nu

De Parijse Opéra toen en nu

Dankzij de musical van Andrew Lloyd Webber kennen we allemaal het verhaal van het spook van de Opéra Garnier (naar het boek van Gaston Leroux). Maar wat is de oorsprong van deze Parijse legende? En wie is dat beroemde spook? Loge nummer 5 is er nog steeds…

Het begint met een brand

Op 28 oktober 1873 zou een jonge pianist zijn gezicht hebben verbrand in de brand van het conservatorium aan de rue Le Peletier. Zijn verloofde, een ballerina, is daarbij om het leven gekomen. Hij is ontroostbaar en zoekt zijn toevlucht in de onderaardse gewelven van de Opéra Garnier, toen nog in aanbouw.
De man, Ernest, verblijft in het Palais Garnier tot aan zijn dood. Hij zou vlakbij het meertje gewoond hebben dat onder de Opera lag en diende als watervoorraad bij brand. Zijn laatste dagen wijdde hij aan de kunst en het voltooien van zijn levenswerk: een loflied op de liefde en de dood. Hij stierf in het souterrain. Zijn lijk is nooit teruggevonden en men denkt dat hij is aangezien voor een van de lijken van de communards.

Het juiste kadaver

In 1910 neemt het verhaal een andere wending. De schrijver Gaston Leroux laat zich door de legende inspireren en schrijft zijn beroemde roman Het spook van de Opera. In het voorwoord schrijft hij: ”We weten nog dat laatst, terwijl we in het souterrain van de Opera aan het graven waren om de grammofoonplaten met de stemmen van artiesten daar te begraven, de houweel van een van de arbeiders een kadaver blootlegde. Onmiddellijk had ik ook het bewijs dat dit het skelet van het Spook van de Opera was! Ik heb het eigenhandig laten toetsen bij de beheerder en het kan me niets schelen dat de kranten vertellen dat daar een slachtoffer van de commune is gevonden.”

fantome

Vreemde voorvallen

Dan gaat het verhaal de hele wereld rond. In zijn roman heeft Leroux het over een mysterieuze bewoner van het souterrain van het Palais Garnier. Maar hij heeft het verhaal niet verzonnen en heeft zich laten inspireren door onverklaarbare gebeurtenissen die men toeschreef aan de pianist Ernest.
Op 20 mei 1896, zo staat in de annalen van het Palais Garnier, komt tijdens een voorstelling van Faust van Gounod de grote kroonluchter in de zaal naar beneden en vindt een toeschouwer daarbij de dood. Volgens het verhaal zat deze toeschouwer op stoel nummer 13.

Het spook wordt verliefd

Vervolgens zou door een aantal vreemde verschijnselen de aanwezigheid van het spook steeds aannemelijker worden: een technicus sterft door ophanging, wat zelfmoord had kunnen zijn, ware het niet dat er geen touw was! Niet lang daarna wordt een danseres dood gevonden na een val van een balkon.
Maar nog gekker is dat een jonge sopraan, Christine Daaé, beweert het spook van de Opera ontmoet te hebben. Hij wordt verliefd op haar en geeft haar zangles door zich voor te doen als de Engel van de muziek. De platonische liefde van het spook weerhoudt de jonge vrouw ervan, uit angst, verliefd te worden op de burggraaf van Chagny.

Loge nummer 5
fantome1half

Loge nr. 5

De laatste bizarre anekdote: de toenmalige directie werd benaderd door iemand die 20.000 francs per maand eiste samen met de reservering van loge nummer 5… (die loge is nog altijd te vinden in de huidige Opera!)

 

 

Lees hier deel 1 over de bloeddorstige banketbakker.

Advertenties

Fijn dat ik me ongelukkig voel

Hoewel ik de laatste tijd niet zo lekker in mijn vel zit (sommigen weten dat dit een understatement is, maar ik zal er hier niet over uitweiden; laten we het voor het gemak maar even houden op een hormonale kwestie), merk ik dat het me stof tot schrijven geeft, inspiratie zo je wilt, wat dan wel weer een greintje goed gevoel geeft (wat een alliteratie!).

Oorzaak en gevolg?

Het is alom bekend dat goede schrijvers hun inspiratie halen uit de ellende die ze in hun eigen leven ervaren. Of is dat een mythe? Zijn er goede schrijvers die een perfecte jeugd hebben gehad, nooit hebben gehoord van liefdesverdriet of niet ooit iets te vaak naar de drank hebben gegrepen uit eenzaamheid? Of zou het andersom zijn? Zijn schrijvers zo verwikkeld geraakt in hun wereld van gecompliceerde personages en niet-bestaande conflicten dat ze zijn gaan geloven in hun eigen verhalen? Hebben ze door hun afzondering tijdens het schrijven misschien de zin voor de realiteit verloren? Of wellicht is hun leven zo saai, dat ze besloten hebben hun eigen verhalen te gaan beleven om te voelen dat ze leven.

Getergde auteurs

sighEr waren en zijn veel gekwelde schrijvers, getraumatiseerd, depressief, verslaafd aan drank, drugs of de liefde. Hemingway (depressief), Virginia Woolf (seksueel misbruikt en last van zenuwinzinkingen), George Sand (eenzame kindertijd, uitgehuwelijkt en ontsnapt aan de druk van haar familie) en dichter bij huis Gerard Reve (psychische problemen en zelfmoordpoging) en Maarten van Buren (leeft nog en schreef een boek over zijn depressie: Kikker gaat fietsen – over het leed dat leven heet); ze hadden of hebben allemaal problemen.

Philip Roth adviseerde ooit een jonge schrijver: “Als ik jou was zou ik stoppen nu het nog kan. Echt. Het is een vreselijke wereld. Gewoon een martelgang. Vreselijk. Je schrijft en schrijft en je moet bijna alles weggooien omdat het gewoon niet goed is. Ik zou zeggen: stop nu. Dit wil je jezelf niet aandoen. Dat is mijn advies voor jou.”

Perfectionisme

Soms is het inderdaad frustrerend: je vindt jezelf nooit goed genoeg. Hoe klein je publiek ook is, al schrijf je slechts voor jezelf, je wilt het goed doen, een staat van perfectie bereiken, die je nooit zult halen. Je familie zal het mooi vinden, je vrienden ook, en misschien gaat de reikwijdte van je blog, columns, roman of zelfs memoires nog verder, maar voor jou is het nooit af, nooit goed genoeg. Misschien ligt daar wel de pijn van de schrijver: nooit op papier krijgen wat er werkelijk in je hoofd zit.

Ondertussen heeft mijn ‘leed dat leven heet’ mij wel weer aan het schrijven gebracht en komt er door een oude bekende die mijn verleden komt oprakelen meer naar boven dan ik binnen kan houden. Wordt vervolgd, dus…